0

‘Taal is het grootste mysterie dat er is’ (interview Mustafa Stitou)


Met Ramsey Nasr hebben we een geweldige Dichter des Vaderlands gekregen en Amsterdam kan ook enorm tevreden zijn met Mustafa Stitou als nieuwe stadsdichter. In 1995 mocht ik Stitou interviewen voor het Nederlands-Marokkaanse blad Meraat.

“De mens heeft zichzelf en zijn taal. Het is een orgaan. Taal, dat ben je. Ik vind de manier waarop iemand zich uitdrukt belangrijker dan hoe hij eruit ziet.” Met twinke­len­de ogen beschrijft de dichter Mustafa Stitou zijn liefde voor de taal. “Taal is het grootste mysterie dat er is. Het is noodzakelijk dat ik me ermee bezig houd.”

Stitou is de eerste dichter van Marokkaanse origine, die in het Nederlands dicht. Als debuterend dichter was hij in juni een van de genomineerden voor de Buddingh’prijs.

Mustafa begon toen hij veertien jaar oud was met dichten. “Als kind had ik al meer een talige dan een visuele fantasie. Ik vond het leuk om te spelen met taal. Ik begon met het schrijven van liefdesgedichten, maar die waren erg slecht.” In 1992 deed hij mee met een dichtwedstrijd van de El Hizjra en won hij een van de prijzen. Uitgeverij Arena was geïnteresseerd en bood hem een contract aan. Na twee jaar was er voldoende materiaal om een bundel samen te stellen. In oktober 1994 debuteerde Stitou met de prachtige dichtbundel Mijn Vormen.

ik ben de jonge Marokkaan
en zijn anderstalige gedachten
(fragment uit: Zomaarcafé)

Voor een debuutbundel kreeg Mijn Vormen opvallend veel publiciteit. “Schandalig veel”, aldus Stitou. Het was niet alleen de kwaliteit van de bundel die de aandacht trok, ook het gegeven dat de bundel in het Nederlands was geschreven door iemand van Marok­kaanse afkomst, benadrukken uitgever en pers.