0 comments on “Salafisten vormen buffer tegen radicalisering”

Salafisten vormen buffer tegen radicalisering

De salafistische gemeenschap in Nederland vormt geen bedreiging voor de Nederlandse democratie. Sterker, salafistische organisaties vormen eerder een buffer tegen radicalisering doordat zij geweldscomponenten afkeuren. Radicalisering in de zin van de actieve bereidheid om geweld te gebruiken vindt dan ook plaats buiten de salafistische organisaties. Vooral oudere Marokkaanse mannen in een achterstandspositie, blijken gevoelig voor salafisme. Zij staan ook eerder positief tegenover een theocratie en het gebruik van geweld.

Dat concluderen de onderzoekers Ineke Roex, Sjef van Stiphout en Jean Tillie. Zij zijn verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (van de Universiteit van Amsterdam) en presenteerden vandaag  de eerste grootschalige Nederlandse studie naar de aard, omvang en dreiging van de salafistische (streng orthodoxe islamitische) gemeenschap in Nederland. Het onderzoek bestond uit twee delen: veldwerk onder salafisten en een breed onderzoek onder moslims naar orthodoxie.

Het is volgens de onderzoekers niet zo dat de orthodoxe Islam een politieke ideologie zou zijn die de Nederlandse democratie onderuit wil halen. Wel hebben ze soms moeite met de normen van de democratische rechtsstaat.
De onderzoekers achten het niet waarschijnlijk dat salafistische predikers in Nederland met ‘ gespleten tong’ zouden spreken.

1 comment on “‘Multiculturele samenleving is een gegeven’ (interview jean tillie)”

‘Multiculturele samenleving is een gegeven’ (interview jean tillie)


‘Ik vind het waanzinnig dat een vice-premier oproept om te generaliseren en te polariseren. Daarmee los je geen problemen op. Bos denkt zo het Fortuyn-electoraat terug te krijgen, maar de hysterie en de onrust blijven hierdoor alleen maar voortbestaan. ’

Aan het woord is hoogleraar Jean Tillie. Hij doet al jaren onderzoek naar verschillende aspecten van de multiculturele samenleving. Hij publiceerde veel over de politieke participatie van migranten, over migrantenorganisaties en over extreemrechts stemgedrag in Europa. Het onderzoek dat hij met Marieke Slootman deed naar radicaliseringsprocessen onder Amsterdamse moslims heeft grote invloed gehad op het beleid van de gemeente Amsterdam. Tillie is sinds vorig jaar bijzonder hoogleraar Electorale Politiek en is als adjunct-directeur verbonden van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam. In zijn onlangs verschenen boek ‘Gedeeld land’ maakt Tillie de balans op van het multiculturele debat in de afgelopen jaren en doet hij aanbevelingen om van een ‘verdeeld land’ weer een ‘gedeeld land’ te maken. Een goede aanleiding voor een interview.

Democratie en onbehagen
“Mijn belangrijkste zorg is de democratie. Nederlandse burgers hebben minder vertrouwen gekregen in de politiek. Er is sprake van onbehagen en dat spitst zich vaak toe op kwesties die met de multiculturele samenleving te maken hebben.”

Tillie vindt dat dit onbehagen serieus wordt genomen. ‘Ik ben niet van de school die problemen wil ontkennen. Het is trouwens een hardnekkig misverstand dat in de Nederlandse beleidsnota’s de problemen lange tijd zouden zijn ontkend. In die nota’s werden de problemen meestal wel keurig opgenoemd, maar er werd heel lang niet echt een discussie over gevoerd. Dat past ook in een traditie. We zijn in Nederland niet gewend te debatteren over elkaars levensbeschouwing en levensstijl. Ook over de normen en waarden van het christendom zijn amper debatten gevoerd.  Het christelijke geloof werd in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw wel geridiculiseerd, maar er vonden amper serieuze discussies plaats.’

Jean Tillie verwijst voor een verklaring van het onbehagen over de multiculturele samenleving naar onderzoek van de Amerikaan Robert Putnam. Hieruit bleek dat in wijken met een grote etnische diversiteit, bewoners van alle etnische achtergronden zich terug trekken. Etnische diversiteit leidt tot een daling van het sociale vertrouwen tussen etnische groepen en binnen etnische groepen. Tillie: “Het onderzoek van Putnam leverde een onaangename conclusie op: etnische diversiteit leidt tot sociaal isolement. Dezelfde conclusie trokken Lancee en Dronkers later uit een vergelijkbaar onderzoek in Nederland. Dit sociaal isolement is zowel bij extreemrechts als bij moslims een belangrijke verklarende factor voor radicalisering.”

In zijn boek schrijft Tillie: “Allochtone Nederlanders en autochtone Nederlanders voelen zich psychologisch onveilig. De multiculturele samenleving krijgt de schuld van deze situatie. Een meerderheid van de inwoners van Nederland heeft het gevoel dat ze gediscrimineerd worden en slachtoffer zijn van een onrechtvaardige, onoverzichtelijke maatschappij. Dit leidt tot passiviteit, starheid en het onvermogen om de omgeving met een genuanceerde blik te bekijken. Conflicten hebben de neiging snel te escaleren omdat mensen alleen nog maar met zichzelf bezig zijn en geen oog meer hebben voor het gemeenschappelijke belang. In de politiek mondt dit uit in een hysterisch debat over ‘de’ Nederlandse cultuur, over Marokkaanse ‘straatterroristen’ en over ‘extremistische’ moslims.”

Integratiedebat
Hans Janmaat was de eerste Nederlandse politicus die het ongenoegen in de jaren 80 met de multiculturele samenleving op de agenda zette. Jean Tillie maakte in die jaren zelf voor het eerst kennis met het electoraat van Janmaat: hij raakte tijdens een popconcert verwikkeld in een vechtpartij toen zijn zwarte vriend door aanhangers van Janmaat in elkaar werd geslagen. Tillie werd zelf met een stalen pijp het ziekenhuis ingeslagen. Toch is Tillie mild over de politicus Janmaat: “Hij is een van de eersten die het multiculturele ongemak aan de orde stelde. Hij benoemde een sluimerend probleem in de Nederlandse samenleving, maar werd weg gezet als een gevaarlijke gek. Als je nu leest wat er op het internet allemaal wordt gezegd, dan zijn Janmaats woorden met terugwerkende kracht gematigd. De man had alleen wel veel neo-nazistisch volk om zich heen.”