“Chinezen vormen een relatief stille gemeenschap. Niemand heeft last van ons”

img879Yan Ting Yuen (1967, Hongkong) emigreerde op zesjarige leeftijd met haar ouders naar Nederland, die in Maastricht een Chinees restaurant begonnen. Ze studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, deed research voor verschillende tv-programma’s en debuteerde als filmmaker met “Chin.Ind. Een leven achter het doorgeefluikje” waarvoor ze in 2001 een Gouden Kalfnominatie kreeg.

Haar meest recente documentaire is De keuze van mijn vader/My Father’s Choice, een prachtige film die deze zomerin de bioscopen draait.  Lees verder “Chinezen vormen een relatief stille gemeenschap. Niemand heeft last van ons”

Flip van Dyke: “Journalisten en politici nemen klakkeloos cijfers over, zonder te checken”

flipvandykeBlogger, feitenchecker en kenner van migratiecijfers Flip van Dyke stopte in februari met twitteren en met onderzoek naar migratiecijfers. Dat liet hij op facebook weten.

In september 2015 had ik een gesprek met hem. Ook toen overwoog hij te stoppen.

Lees meer op  Republiek Allochtonië (artikel uit februari).

Interview met Mohamed Azahaf

azahafMohamed Azahaf was de initiatiefnemer van de petitie ‘Stop voordracht Guido van Woerkom als Nationale Ombudsman’. Vervolgens werd hij zelf onderwerp van discussie. Was hij wel de aangewezen persoon om Van Woerkom aan te spreken op een in het verleden gedane uitspraak? Azahaf had immers zelf een radicaal verleden.

Bovendien zou hij volgens de ouders van de in 2004 vermoorde filmregisseur hebben gelogen over een ontmoeting met hen. Ik sprak voor Republiek Allochtonië met hem over de ophef van de voorbije dagen, over Van Woerkom en over (terugkerende) Syriëgangers. Lees verder op Republiek Allochtonië

Azahaf ontkent dat hij blij was met de moord op Van Gogh

Azahaf Mohamed Azahaf (28 jaar), projectleider polarisatie en vervreemding in het Amsterdamse stadsdeel Oost, is nooit blij geweest met de moord op Theo van Gogh. Dat verklaart hij in een gesprek met Republiek Allochtonie.
Volgens blogger en oud-journalist Carel Brendel zou Azahaf na de moord op Van Gogh op marokko.nl hebben geschreven: “x93Joepie wat ben ik vandaag zo vrolijk oh zo vrolijk ben ik nog nooit geweest. Hoy hoy joepieeeee 1 weg nog twee te gaan.x94 Naar aanleiding van de blogs van Brendel schreven ook de columnisten Theodor Holman en Sylvain Ephimenco over de kwestie.

Mohamed Azahaf, die destijds jongerenwerker was bij jongerencentrum Argan, ontkent dat hij de door Brendel geciteerde tekst op marokko.nl heeft geschreven. Hij beweert dat die woorden hem op een ander forum  in de mond zijn gelegd en vervolgens een eigen leven zijn gaan leiden. Op Marokko.nl zijn ze volgens hem niet te vinden en ook nooit geweest.

Lees verder Azahaf ontkent dat hij blij was met de moord op Van Gogh

26 vragen

Isacover_2 Op de website van uitgeverij Lemmens, de uitgever van mijn roman Isa is een interview met mij verschenen: 26 vragen aan Ewoud Butter.

Hieronder de vragen en antwoorden.

1. Even voorstellen…

Ik ben Ewoud Butter en ik ben 46 jaar. Ik heb politicologie gestudeerd. Ik werk deels als beleidsmanager bij ACB kenniscentrum. Daarnaast werk ik freelance als onderzoeker, schrijver en journalist.

2. Hoeveel romans heb je geschreven?

Eentje, ‘Isa’.

3. Hoelang ben je bezig geweest met ‘Isa’? Waar gaat de roman over?

Ik heb de eerste versie van het boek in een jaar geschreven. Daarna heb ik het jaren laten liggen en onder andere een toneelstuk geschreven. Nadat het toneelstuk in premixe8re was gegaan, heb ik de roman afgemaakt.

‘Isa’ gaat over een man, Evert, die obsessief verliefd is op een radicale feministe, Isa. Om haar als vriendin te behouden, is hij bereid enorme concessies te doen. Isa gaat op haar beurt tot het uiterste om zelfstandig en onafhankelijk te zijn. In een absurdistisch machtsspel verliezen Isa en Evert steeds meer het contact met elkaar en met de werkelijkheid.

4. Waarom gebruikte je de naam Isa?

Dat vond ik een mooie, krachtige naam.

Lees verder 26 vragen

“Amsterdam dreigt zijn tolerante ziel te verliezen”

In het kader van een onderzoek naar multicultureel onbehagen in Amsterdam interviewde ik een jaar geleden een 42-jarige fragiele en nichterige homo die serieus overweegt om bij de landelijke verkiezingen op de PVV te stemmen: Tim, een portret.

Tim werd in mei ’68 (“symbolischer kan niet’) geboren in een klein dorp bij Goes als oudste van een gezin van vier kinderen. Zijn ouders waren streng gereformeerd, zijn vader was actief in het bestuur van de lokale kerk.

Tim was 14 en zat op het VWO in Goes toen hij besefte dat hij homoseksueel was. Omdat hij wist dat zijn ouders homoseksualiteit niet accepteerden, hield hij zijn geaardheid lange tijd verborgen. Dat leidde er  toe dat hij steeds depressiever werd. Ook gingen zijn prestaties op school achteruit, zodat hij moest overstappen naar de HAVO. Toen hij 16 was had hij na een avondje stappen thuis zijn coming out. Daarna brak de ‘hel”  los. “Mijn vader heeft sinds die dag niet meer met me gesproken, m’n moeder probeerde me om te praten. Ze dacht dat ik geestelijk ziek was en zag mijn homoseksualiteit als een gevolg van mijn depressiviteit in plaats van andersom.” Ze stuurde Tim naar de dominee en daarna naar de psychiater. Tim werkte mee, tegen beter weten in, ‘uit een soort schuldgevoel’. Lees verder “Amsterdam dreigt zijn tolerante ziel te verliezen”

‘PVV’ers zijn geen moslimhaters’

Ahmed Marcouch was ruim vijf jaar geleden nog een onbekende moskeebestuurder, maar is inmiddels uitgegroeid tot een bekende en soms ook omstreden Marokkaanse Nederlander. Hij is niet bang de confrontatie aan te gaan en heeft daarom niet alleen uitgesproken fans, maar ook felle tegenstanders. Ik sprak met hem over de PVV, de PvdA, de islam, zijn relatie met de Marokkaanse gemeenschap en zijn ambities. Dit interview verscheen eerder in drie delen op maroc.nl

Afgelopen week werd bekend dat er een conflict was ontstaan tussen het afdelingsbestuur van de PvdA in Amsterdam Nieuw-West en de commissie die de kandidatenlijst opstelde voor de deelraadsverkiezingen in 2010. Op de conceptlijst van de commissie stond Ahmed Marcouch op de eerste plaats, maar daar was een meerderheid binnen het plaatselijke partijbestuur het niet mee eens. Zij zagen liever Achmed Baadoud als lijsttrekker. Na tussenkomst van de partijtop werd toch besloten Marcouch voor te stellen als lijsttrekker en Baadoud op twee te zetten. Op 7 december mogen de leden van de afdeling stemmen.

Ben je blij met het resultaat?
Ik had liever een lijsttrekkerverkiezing onder de leden gehouden, dan hadden we deze onrust niet gehad. Uiteindelijk kunnen de leden nu op 7 december reageren op de kandidatenlijst. De strijd is nog niet gestreden.

Lees verder ‘PVV’ers zijn geen moslimhaters’

‘Multiculturele samenleving is een gegeven’ (interview jean tillie)


‘Ik vind het waanzinnig dat een vice-premier oproept om te generaliseren en te polariseren. Daarmee los je geen problemen op. Bos denkt zo het Fortuyn-electoraat terug te krijgen, maar de hysterie en de onrust blijven hierdoor alleen maar voortbestaan. ’

Aan het woord is hoogleraar Jean Tillie. Hij doet al jaren onderzoek naar verschillende aspecten van de multiculturele samenleving. Hij publiceerde veel over de politieke participatie van migranten, over migrantenorganisaties en over extreemrechts stemgedrag in Europa. Het onderzoek dat hij met Marieke Slootman deed naar radicaliseringsprocessen onder Amsterdamse moslims heeft grote invloed gehad op het beleid van de gemeente Amsterdam. Tillie is sinds vorig jaar bijzonder hoogleraar Electorale Politiek en is als adjunct-directeur verbonden van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam. In zijn onlangs verschenen boek ‘Gedeeld land’ maakt Tillie de balans op van het multiculturele debat in de afgelopen jaren en doet hij aanbevelingen om van een ‘verdeeld land’ weer een ‘gedeeld land’ te maken. Een goede aanleiding voor een interview.

Democratie en onbehagen
“Mijn belangrijkste zorg is de democratie. Nederlandse burgers hebben minder vertrouwen gekregen in de politiek. Er is sprake van onbehagen en dat spitst zich vaak toe op kwesties die met de multiculturele samenleving te maken hebben.”

Tillie vindt dat dit onbehagen serieus wordt genomen. ‘Ik ben niet van de school die problemen wil ontkennen. Het is trouwens een hardnekkig misverstand dat in de Nederlandse beleidsnota’s de problemen lange tijd zouden zijn ontkend. In die nota’s werden de problemen meestal wel keurig opgenoemd, maar er werd heel lang niet echt een discussie over gevoerd. Dat past ook in een traditie. We zijn in Nederland niet gewend te debatteren over elkaars levensbeschouwing en levensstijl. Ook over de normen en waarden van het christendom zijn amper debatten gevoerd.  Het christelijke geloof werd in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw wel geridiculiseerd, maar er vonden amper serieuze discussies plaats.’

Jean Tillie verwijst voor een verklaring van het onbehagen over de multiculturele samenleving naar onderzoek van de Amerikaan Robert Putnam. Hieruit bleek dat in wijken met een grote etnische diversiteit, bewoners van alle etnische achtergronden zich terug trekken. Etnische diversiteit leidt tot een daling van het sociale vertrouwen tussen etnische groepen en binnen etnische groepen. Tillie: “Het onderzoek van Putnam leverde een onaangename conclusie op: etnische diversiteit leidt tot sociaal isolement. Dezelfde conclusie trokken Lancee en Dronkers later uit een vergelijkbaar onderzoek in Nederland. Dit sociaal isolement is zowel bij extreemrechts als bij moslims een belangrijke verklarende factor voor radicalisering.”

In zijn boek schrijft Tillie: “Allochtone Nederlanders en autochtone Nederlanders voelen zich psychologisch onveilig. De multiculturele samenleving krijgt de schuld van deze situatie. Een meerderheid van de inwoners van Nederland heeft het gevoel dat ze gediscrimineerd worden en slachtoffer zijn van een onrechtvaardige, onoverzichtelijke maatschappij. Dit leidt tot passiviteit, starheid en het onvermogen om de omgeving met een genuanceerde blik te bekijken. Conflicten hebben de neiging snel te escaleren omdat mensen alleen nog maar met zichzelf bezig zijn en geen oog meer hebben voor het gemeenschappelijke belang. In de politiek mondt dit uit in een hysterisch debat over ‘de’ Nederlandse cultuur, over Marokkaanse ‘straatterroristen’ en over ‘extremistische’ moslims.”

Integratiedebat
Hans Janmaat was de eerste Nederlandse politicus die het ongenoegen in de jaren 80 met de multiculturele samenleving op de agenda zette. Jean Tillie maakte in die jaren zelf voor het eerst kennis met het electoraat van Janmaat: hij raakte tijdens een popconcert verwikkeld in een vechtpartij toen zijn zwarte vriend door aanhangers van Janmaat in elkaar werd geslagen. Tillie werd zelf met een stalen pijp het ziekenhuis ingeslagen. Toch is Tillie mild over de politicus Janmaat: “Hij is een van de eersten die het multiculturele ongemak aan de orde stelde. Hij benoemde een sluimerend probleem in de Nederlandse samenleving, maar werd weg gezet als een gevaarlijke gek. Als je nu leest wat er op het internet allemaal wordt gezegd, dan zijn Janmaats woorden met terugwerkende kracht gematigd. De man had alleen wel veel neo-nazistisch volk om zich heen.”

Lees verder ‘Multiculturele samenleving is een gegeven’ (interview jean tillie)

‘Taal is het grootste mysterie dat er is’ (interview Mustafa Stitou)


Met Ramsey Nasr hebben we een geweldige Dichter des Vaderlands gekregen en Amsterdam kan ook enorm tevreden zijn met Mustafa Stitou als nieuwe stadsdichter. In 1995 mocht ik Stitou interviewen voor het Nederlands-Marokkaanse blad Meraat.

“De mens heeft zichzelf en zijn taal. Het is een orgaan. Taal, dat ben je. Ik vind de manier waarop iemand zich uitdrukt belangrijker dan hoe hij eruit ziet.” Met twinke­len­de ogen beschrijft de dichter Mustafa Stitou zijn liefde voor de taal. “Taal is het grootste mysterie dat er is. Het is noodzakelijk dat ik me ermee bezig houd.”

Stitou is de eerste dichter van Marokkaanse origine, die in het Nederlands dicht. Als debuterend dichter was hij in juni een van de genomineerden voor de Buddingh’prijs.

Mustafa begon toen hij veertien jaar oud was met dichten. “Als kind had ik al meer een talige dan een visuele fantasie. Ik vond het leuk om te spelen met taal. Ik begon met het schrijven van liefdesgedichten, maar die waren erg slecht.” In 1992 deed hij mee met een dichtwedstrijd van de El Hizjra en won hij een van de prijzen. Uitgeverij Arena was geïnteresseerd en bood hem een contract aan. Na twee jaar was er voldoende materiaal om een bundel samen te stellen. In oktober 1994 debuteerde Stitou met de prachtige dichtbundel Mijn Vormen.

ik ben de jonge Marokkaan
en zijn anderstalige gedachten
(fragment uit: Zomaarcafé)

Voor een debuutbundel kreeg Mijn Vormen opvallend veel publiciteit. “Schandalig veel”, aldus Stitou. Het was niet alleen de kwaliteit van de bundel die de aandacht trok, ook het gegeven dat de bundel in het Nederlands was geschreven door iemand van Marok­kaanse afkomst, benadrukken uitgever en pers.

Lees verder ‘Taal is het grootste mysterie dat er is’ (interview Mustafa Stitou)

Interview op boekensite Ezzulia

Op de boekensite Ezzulia.nl is vandaag een interview met mij verschenen. Het artikel is geschreven door journaliste/auteur Natasza Tardio. Hieronder haar tekst.

Ewoud Butter’s
eerste roman is een verhaal over extremen. Een verhaal waarin de
onvoorwaardelijke liefde van een man op de proef wordt gesteld, door een vrouw
met psychotische trekjes. Butter’s vermogen om zijn personages tot leven
te brengen is zonder twijfel geslaagd en de lezer wordt meegetrokken in bijna
surrealistische verhoudingen, die ergernis, walging, begrip en afschuw opwekken.
Een debuut dat het waard is om gelezen te worden.

Lees verder hier

Meer over mijn roman Isa hier