In Memoriam: Zouggar Raji (1948- 2019)

Bescheiden en betrokken. Levendig en lief, ruimhartig en rechtschapen, gelovig en immer gedienstig aan de samenleving.Zouggar Raji was het allemaal. Hij werd op 4 maart 1948 geboren in Marokko en overleed gisteren in Marrakech. 

Raji kwam 53 jaar geleden naar Nederland waar hij ging werken in een aromafabriek. Door hard te werken en te studeren werd hij later onder andere adviseur bij het Nederlands Centrum Buitenlanders en het ACB Kenniscentrum. Zouggar Raji was een stille kracht, naast zijn werk actief als vrijwilliger, apetrots op zijn geliefden, maar zelf altijd op de achtergrond en bescheiden. Toch werden zijn inspanningen gezien en gewaardeerd: in 2000 werd hij benoemd tot Lid van de Orde van Oranje–Nassau. In 2008 tekende Lisa Arts zijn verhaal op. Tegen haar vertelde hij toen: “Ooit wilde ik naar Europa om een beter bestaan voor mijzelf en mijn toekomstige kinderen op te bouwen. Die missie is geslaagd.” 

In memoriam: professor Mohammed Arkoun

Professor Mohammed Arkoun is afgelopen dinsdag in Parijs op 82-jarige leeftijd overleden. Arkoun genoot internationale faam als hoogleraar in de Geschiedenis van Islamitische Filosofie. Hij doceerde aan de Sorbonne, maar ook aan de universiteiten van Oxford, Berlijn, Princeton aan de Universiteit van Amsterdam.
Zijn vele publicaties, waaronder Rethinking Islam en L’immigration: défis et richesses, maakten hem tot een van de meest prominente kenners van het historische gedachtegoed van de islam en van de geschiedenis van het religieuze denken.

In memoriam: Gijs von der Fuhr

Donderdag 13 november is op veel te jonge leeftijd (53) mijn oud-collega Gijs von der Fuhr na een ziekbed van een half jaar  in Amsterdam overleden. Gijs was een markant figuur. In de jaren 80 was hij voorlichter van het Comité Stop de Neutronenbom. Daarna vervulde hij tot 2007 dezelfde functie bij het Amsterdams Centrum Buitenlanders (ACB), het huidige ACB Kenniscentrum.

Gijs heeft zich jarenlang ingezet voor de emancipatie van allochtonen en van homoseksuelen en hij deed dat op zijn eigen wijze: met veel flair, humor en creativiteit. Hij was een stuwende kracht vanuit het ACB achter de oprichting in de jaren 90 van de Bijzondere Leerstoel Islam aan de Universiteit van Amsterdam, die bekleed werd door Mohammed Arkoun. In het verlengde hiervan assisteerde hij later Arkoun en Frits Bolkestein bij Nederlandstalige boeken over de islam in Nederland. Gijs gaf training en advies aan uiteenlopende organisaties, variërend van islamitische homo-organisaties tot de Milli Görüs bij hun poging de Westermoskee te realiseren. Gijs was de voorlichter van Nederland Bekent Kleur tijdens de eerste, grote demonstratie (80.000 mensen) in 1992 en is de ghostwriter geweest van honderden speeches van politici en bestuurders van organisaties. Wanneer er in Amsterdam een debat met internationale gasten werd georganiseerd, was Gijs nooit te beroerd om simultaan te tolken.

Gijs was, afgezien van een paar jaar sociologie aan UvA grotendeels autodidact. Hij vergaarde kennis door vakbladen te lezen en ook veel tijdschriften uit vooral Frankrijk en Duitsland. Meerdere keren per jaar trok hij naar zijn geliefde Berlijn om inspiratie op te doen. Verder scherpte hij zijn mening door nadrukkelijk het debat te zoeken.

Terwijl hij in de jaren 70 nog lid was van de CPN, had hij in de jaren 90 niet veel hinder meer van een ideologie. Net als de PvdA, waar hij inmiddels actief lid van was, had hij de ideologische veren van zich afgeschud. Hij koos voor pragmatisme en gebruikte daarbij vaak een hem typerende leuze: wat werkt, dat werkt.

Gijs schreef graag columns en toespraken, waarbij hij een associatieve en beeldende manier van schrijven hanteerde. Als columnist trad hij begin jaren 90 nog op in een wekelijks radioprogramma van de toen nog beginnende journalist Ahmed Aboutaleb op radio Noord-Holland.

Hij had veel gevoel voor drama en schuwde de overdrijving of provocatie niet om zijn standpunt kracht bij te zetten. Hij kon nadrukkelijk aanwezig zijn, maar soms ook juist weer erg bescheiden en dienend. Voor zijn dierbaren was hij altijd bijzonder zorgzaam en attent.

Ik wens Farid, familie en vrienden van Gijs heel veel sterkte.

Gijs wordt vrijdag 21 november 2008 om 11 uur gecremeerd in het crematorium De Nieuwe Ooster aan de kruislaan 126 in Amsterdam. Condoleanceregister: www.gijsvonderfuhr.nl

Slow begraven

Begraven
Een maand geleden werd ik op de A2 ingehaald door een begrafenisstoet die me met minimaal 120 kilometer per uur voorbij stoof. Het was een bizarre ervaring. Misschien was de race met rouwwagens een laatste wens van de overledene geweest: hij of zij wilde postuum nog één keer (veel) te hard rijden en de geschiedenisboeken ingaan als de snelste dode ooit. Misschien had de jonge weduwe in de tweede wagen de opdracht gegeven om zo hard te rijden zodat zoveel mogelijk familie tijdens de stoet zou moeten lossen. Misschien had de chauffeur van de lijkenwagen alleen maar een opstandige bui en wilde hij ook wel eens gas wilde geven.

Het waarschijnlijkste lijkt me echter dat de stoet met vertraging was vertrokken en moest haasten om nog voldoende tijd te hebben voor de speeches en de cake. Begraven en cremeren is immers lopende band werk geworden. In rouw- en herdenkingscentra worden de lijken en hun rouwende stoeten in hoog tempo door de aula geleid voor een praatje en een plaatje uit de uitvaartmuziek top 50. Daarna wordt er onder het genot van een kopje koffie en een plakje cake gecondoleerd en stoom afgeblazen in de koffiekamer. Niet te lang, want de volgende stoet is al op komst.

Ik schets hier natuurlijk een karikatuur: de trend is juist dat een uitvaart steeds vaker een bijzondere gebeurtenis is.

Gister was ik aanwezig bij de begrafenis van Sjoerd, de vader van een hele goede vriend van me. De plechtigheid duurde ruim twee uur. Mijn vriend, die de bijeenkomst leidde, verontschuldigde zich halverwege dat het allemaal wat langer duurde dan gepland: “We kunnen maar één keer afscheid nemen van Sjoerd,” zei hij. Ook al was de zaal stampvol en kon lang niet iedereen zitten, niemand leek het erg te vinden.

Dag Adriaan

Jaeggia
“Bij alles wat ik tot nu toe geschreven heb, van romans tot
poëzierecensies, van gedichten tot columns, was er altijd de
geruststellende wetenschap dat het niet over mij ging, de veilige
buffer van de fictie. Daar kan ik mij niet meer achter verschuilen: het
gaat ineens wel degelijk over mij, meer dan ooit. Dat is een tamelijk
onthutsende gedachte, al is er ook troost: bij het schrijven van deze
laatste regels voel ik mij een stuk beter dan toen ik aan deze column
begon. Zolang schrijven even goed helpt als die pillen houd ik het nog
wel even vol.”
Dat schreef Adriaan Jaeggi ruim een week geleden in het Parool en op zijn weblog. Het heeft niet zo mogen zijn. Adriaan heeft nog één blog geschreven, die is geplaatst nadat hij dinsdag op 45-jarige leeftijd overleed aan darmkanker. In zijn laatste blog, getiteld deadline, schrijft hij dat de man van Thuiszorg Amsterdam de morfinepomp bij hem heeft aangelegd. Hij schreef tot hij erbij neerviel.
Adriaan heeft me vaak doen glimlachen, soms doen grimlachen. Ik kon jaloers zijn op de schoonheid van zijn zinnen. In de Volkskrant las ik zijn kookrubriek en later zijn mooie columns in het Volkskrantmagazine. Ik hield van zijn gruwelijke geestigheid, een gevoel voor humor waar ik me prettig bij voel. Zijn gedichten ken ik niet, maar ik vind ik alleen al het idee dat hij dichtte over eenzame uitvaarten mooi.

Ik heb net Edele Dieren weer uit de kast gehaald, de roman die ik vorig jaar met plezier heb gelezen. Het was bedoeld als een tussendoortje, maar het werd zijn laatste boek. Adriaan was nog maar 45, hij laat twee jonge dochters achter en neemt vele mooie ongeschreven zinnen en verhalen mee.
Ik trek een goed glas wijn open en neem – uiteraard – een stukje geitenkaas. Proost Adriaan!

%d bloggers liken dit: