Pim is niet dood, hij leeft en de Wereldomroep sprak met hem

Ghosts
Vergeet al degenen die verklaarden een lijntje met Pim Fortuyn te
hebben gehad. Niemand kon het bewijzen. Radio Nederland Wereldomroep
wel. Zij spraken dit weekend met de vijf jaar geleden neergeschoten
Professor Pim.

Fortuyn laat in het interview weten dat hij de brief van Jan Peter Balkenende aan zijn broer bijzonder heeft gewaardeerd.
Wat
de LPF heeft gedaan met zijn gedachtegoed beschouwt hij als een ‘bloody
shame’: "Moet u eens indenken: ik ben professor en als je dan ziet wat
voor mensen dat gestalte denken te geven…"

Fortuyn denkt er niet over om terug te komen. "Eenmaal afgeschoten, altijd afgeschoten." Jezus Christus kwam tenslotte ook niet terug.

Beluister het bijzonder treffende interview met Fortuyn hier.

Bert en Ernie en de gestolen blingbling

Bling_1
Er lijkt brede steun te gaan ontstaan voor het idee om bij het
vaststellen van de strafmaat rekening te houden met de culturele
achtergrond van de verdachte. Veroordeelden zouden weer boevenpakken
moeten dragen, want met
merkkleding en ‘blingbling’ zouden vooral allochtonen in de gevangenis
hun machocultuur kunnen voortzetten.

‘Blingbling’ .

Zucht.

De Jip-en-Janneke taal begint nu wel ernstig om zich heen te grijpen
in Den Haag. Voor je het weet wordt Den Haag Vandaag gepresenteerd door
de Teletubbies. Uh-oh.
Of zien we Bert en Ernie als razende reporters.
‘En Bert, is er nog wat gebeurd in Den Haag?’
‘Nou
Ernie, Wouter heeft met zijn bips gedraaid,  Jan Peter heeft gejokt en
Geert heeft weer heel gemene dingen gezegd. Terug naar de studio in
Hilversum.’

Blingbling.

Zijn autochtone boefjes dan geen macho’s en dragen ze geen
blingbling? Ik ken autochtonen die blingbling op de raarste plekjes
door hun lichaam hebben geboord. Plekjes die zich heel goed in Jip en
Janneke taal laten beschrijven.

Bij uniforme kleding in de gevangenis kan ik me nog wel wat
voorstellen, maar dan voor alle gevangenen. Maar andere straffen
waarbij rekening wordt gehouden met de culturele achtergrond? Dan
begeef je je al snel op een hellend vlak. Coskun Cörüz vond het wel een idee om islamitische boefjes een
taakstraf in de moskee te geven. Strafbeleving wordt volgens hem
bepaald door de normen en waarden van de eigen groep en allochtonen
zouden een schaamtecultuur kennen. Wanneer islamitische jongeren de
moskee zouden moeten gaan poetsen, zouden ze zich rot schamen, ook voor
hun familie.

Blingbling.

Even afgezien van de vraag of het niet op gespannen voet staat met
het gelijkheidsbeginsel, is het een prikkelende gedachte. Doorgaand op
het idee van Cörüz zou je dan de strafmaat kunnen variëren door meer of
minder redenen voor schaamte te geven. Een zwaardere straf voor
islamitische jongeren zou dan bijvoorbeeld kunnen zijn om een darkroom
te moeten beheren of de Torah uit het hoofd te moeten leren. Misschien
kunnen we ook nog wat leren van de  Amerikaanse methoden in de Abu
Ghraib gevangenis.

Voor de allerzwaarste straffen zou een deal met John de Mol gesloten
kunnen worden. Dan sluiten we de boefjes op in een glazen huis met
allemaal camera’s en kan de hele wereld meegenieten van de meest
genante situaties. Met de reclameinkomsten kunnen we dan direct weer
een deel van de kosten van het penitentiair systeem dekken. 

Pingping.

Overigens kent onze rijke autochtone culturele geschiedenis ook nog
enkele straffen, die in dit kader  opnieuw ingevoerd zouden kunnen
worden. Ik denk daarbij aan de schandsteen en de schandpaal waarbij het
publiek de veroordeelde mag uitschelden en met vuil mag bekogelen. Een
andere mogelijkheid is het opnieuw introduceren van de schopstoel, waarbij de
veroordeelde op een hoog schavot wordt geplaatst en dan in de modder of
de mest wordt geduwd.

Gelukkig hebben we die barbaarse tijden ver achter ons gelaten.
We hebben nu immers een hoogstaande beschaving.

Blingbling. Zucht.

Ewoud Butter

var bericht_titel='[Zet hier de titel van jouw bericht]’;
var bericht_url=’http://www.zet-hier-jouw-permanente-link’;

Over hufterigheid, censuur en de noodzaak van mediaonderwijs

Fuck
Door hufterig gedrag en processen
als globalisering en de
daarmee gepaard gaande culturele en religieuze botsingen, staat de
vrijheid van meningsuiting en de beperking daarvan, steeds hoog op de
politieke en maatschappelijke agenda. Informatie, ook onaangename, is
door de opkomst van nieuwe media, snel en ongefilterd beschikbaar.
Geregeld wordt daarom aangedrongen op (milde vormen van) censuur. Een
dergelijke oplossingsrichting is niet alleen verwerpelijk, maar ook
weinig effectief. In het onderwijs  moet kritisch mediagebruik op het
curriculum komen te staan.

De nieuwe hufterigheid
Een week geleden fietste
ik ’s ochtends vroeg over de Amsterdamse Keizersgracht. Het was nog
stil en een beetje mistig. Voor me fietste een heer van middelbare
leeftijd. Net op het moment dat ik hem inhaalde, liet hij een keiharde
boer. ‘Boertechnisch’ gezien was het een hoogstandje: een volrollende
boer met een breed palet aan klankkleuren dat weerkaatst werd door de
hoge grachtenpanden. De lucht die de man verspreidde, verried de
diversiteit aan ingrediënten in zijn maag, waarbij de lucht van schraal
bier overigens overheerste.

Ik was goedgemutst, vond het wel grappig en antwoordde spontaan:
‘Ook goedemorgen’. Het was ‘luchtig’ bedoeld, maar werd door de heer
niet als zodanig opgevat. Hij maakte slaande bewegingen, begon mij de
huid vol te schelden en beriep zich daarbij op de ‘vrijheid van
meningsuiting.’ Hij liet mij in verbijstering achter.

Deze ontmoeting staat voor mij symbool voor de nieuwe hufterigheid,
die je overal in de samenleving tegenkomt, maar die vooral op het
internet welig tiert. In nieuwsgroepen en op discussiesites ontaarden
discussies al snel in plat gescheld. Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp
stopte enkele weken geleden met zijn weblog omdat hij de scheldpartijen
beu was. Op het Allochtonenweblog heb ik de mogelijkheid om te reageren
een jaar geleden ingeperkt, omdat meer dan een kwart van de reacties
als racistisch scheldwerk viel te kwalificeren.

De nieuwe hufterigheid kenmerkt zich door een onbehouwen
schaamteloosheid, ongeremdheid, ernstige tekorten aan inlevings- en
relativeringsvermogen, weinig talenten voor relativering en zelfkritiek
en geen of weinig gevoel voor humor. Tenslotte kenmerken deze nieuwe
hufters zich doordat ze schelden, of in dit geval zelfs ‘boeren’
verwarren met het ‘verkondigen van je mening’. Wanneer je deze lieden
tegenspreekt, krijg je bij voorbaat al snel het verwijt dat je
‘politiek correct’ bent of een voorganger in de Linkse Kerk.

De vrijheid van meningsuiting is een kostbaar goed. Daar waar de
vrijheid van meningsuiting niet meer wordt gebruikt om een mening te
uiten, maar louter om te beledigen en te beschadigen, ontaardt deze
vrijheid in verbaal geweld. Dan spreekt alleen nog maar de onderbuik en
hebben we het niet meer alleen over vrijheid van meningsuiting, maar
ook over beschaving. Het gebruik van de vrijheid van meningsuiting
vraagt in een beschaafde wereld bepaalde vaardigheden. Beschaafd
spotten is een kunst. Boeren en schelden zijn geen beschaafde
uitingsvormen.

Week van de Censuur
Nu vraagt niet alleen het
actief gebruik van de vrijheid van meningsuiting, maar ook het passief
gebruik, het ontvangen van ongewenste informatie, de nodige
vaardigheden. Dat bleek afgelopen week weer eens.

Hadden we de Boekenweek nog maar net achter de kiezen, werden we
vorige week getrakteerd op een ‘Week van de Censuur’. Van de mensenrechtencommissie
van de VN mogen we niet meer lachen om God, de nieuwe videoclip van Salah Edin zou oproepen tot radicalisering, een anonieme VVD’er wil de Koran herschrijven en verspreiding verbieden, Turkse nationalisten overwegen internetcensuur, Thailand heeft You Tube afgesloten na belediging van de vorst, de ChristenUnie heeft bezwaren tegen een poster van een dame in een gouden bikini , van Leefbaar Rotterdam en de Fortuynisten mogen we niet lachen op 6 mei, in Brussel wordt gewerkt aan een islamvriendelijk woordenboek en ook Köprü, de Turkse vertaling van de  Brug van Geert Mak is gekuist

Discussie over Marokkanendrama spat als zeepbel uiteen


belleblaas hanskalfEind maart lanceerde HP-journaliste Fleur Jurgens met een handige
marketingtruc haar boek het Marokkanendrama over de crimin
aliteit onder
Marokkaanse jongens. De marketingtruc die Jurgens hanteerde is even
simpel als effectief: roep hard dat je met jouw opvatting een taboe of een mythe doorbreekt en je 
 krijgt al snel alle aandacht. Jurgens deed dit effectief in een artikel op de forumpagina van de Volkskrant. De discussie die op haar boek volgde, ging vooral over (het benoemen van) problemen en heeft weinig oplossingen gebracht. 

In het Volkskrantartikel schreef Jurgens dat de volgende vier mythen het debat over criminaliteit onder Marokkaanse jongeren zouden belemmeren: de media vergroten de problemen uit, jongeren worden de misdaad ingedreven als gevolg van discriminatie, ouders oefenen onvoldoende sociale controle uit en de Nederlandse overheid heeft de Marokkanen uitgebuit.

Op het artikel van Jurgens volgden vele en uiteenlopende reacties. Wat ze met elkaar gemeen hadden was dat (bijna) niemand de door Jurgens genoemde mythen als mythen herkende.

Het benoemen van iets tot een mythe of een taboe is niet alleen een aardige marketingtruc, het is ook een handige discussietechniek. Het geeft je de ruimte om vooral de omvang van het probleem te benadrukken en niet teveel aandacht te hoeven te besteden aan mogelijke oplossingen. Het  geeft je bovendien de ruimte om flink te generaliseren en nuances achterwege te laten. Met een genuanceerde stelling verzwak je namelijk alleen maar het (vermeende) taboe dat je doorbreekt.

Met deze techniek druk je je criticasters bij voorbaat in het defensief. Er zijn er immers maar weinigen die graag een vermeend taboe willen handhaven of een vermeende mythe in stand willen houden.

Degenen die reageren op het door jou gesignaleerde taboe zullen dan ook meestal beginnen met het probleem dat je hebt benoemd te bevestigen. En als ze een beetje last van een (miskend) ego hebben, zullen ze roepen dat ze het zelf ook al jaren geleden op de agenda hebben gezet, maar niet voldoende gehoord werden. Vervolgens zijn er verschillende mogelijkheden om te reageren op het benoemde taboe. De volgende twee soorten reacties komen het meeste voor:

a. het taboe verzwakken en roepen dat er teveel wordt gegeneraliseerd en gestigmatiseerd
b. het taboe benadrukken en schuldigen aanwijzen die het taboe onbespreekbaar gemaakt zouden hebben

De reacties op het boek en het artikel dat Fleur Jurgens schreef in de Volkskrant verliepen exact volgens deze schema’s.

Ali Eddaoudi (schreef tien jaar geleden al het boek Marokkaanse jongeren, daders of slachtoffers? waarin hij “harde kritiek leverde op de Marokkaanse gemeenschap”) vindt de term Marokkanendrama stigmatiserend en heeft moeite met de toon die Jurgens aanslaat ten opzichte Marokkaanse ouders (Volkskrant, 4 april).

In dezelfde lijn ligt de reactie van Mohammed Azahaf, woordvoerder van het jongerencentrum Argan in Amsterdam. Hij vindt de aandacht voor de problemen van jonge Marokkanen goed, maar een boek met de titel ‘Het Marokkanendrama’ werkt volgens hem juist averechts. “Ik ken jongens die zich juist door dit soort boeken en onderzoeken tegen Nederland keren. Die denken: ze schrijven toch dat we criminelen zijn, dan gedragen we ons ook maar zo” zegt hij in BN/De Stem.

Volgens antropoloog Hans Werdmölder (Volkskrant, 4 april) worden discriminatie, uitbuiting en armoede in de wetenschap al lang niet meer erkend als verklaringen voor de problemen in de Marokkaanse gemeenschap. Vervolgens stelt hij de vraag hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen. Dat komt volgens hem omdat het probleem jarenlang taboe zou zijn verklaard door Marokkaanse organisaties, linkse wetenschappers en multiculturele instituten als Forum.

Dat is overigens een verwijt dat met behulp van jaarverslagen en persberichten gemakkelijk te weerleggen is. Zo besteden de Amsterdamse Marokkaanse organisaties al aandacht aan het probleem vanaf de eerste berichten in het Parool eind jaren ’80 over Marokkaanse criminele jongeren.  De organisaties die betrokken waren bij de oprichting van de Stedelijke Marokkaanse Raad in Amsterdam kozen er aan het begin van de jaren ’90 juist vanwege deze problematiek voor om niet alleen een adviesorgaan te zijn, maar ook een projectorganisatie te willen worden; de organisaties wilden zelf projecten ontwikkelen om criminaliteit onder Marokkaanse jongeren tegen te gaan.

Er volgden vele bijeenkomsten, maar het lukte de organisaties slechts mondjesmaat concrete projecten te formuleren en als dat wel lukte, konden ze er zelden financiering en politieke steun voor vinden. De gemeente Amsterdam koos voor een diversiteitsbeleid. Diverse categorale initiatieven werden vervolgens wegbezuinigd waaronder Stichting Hulpverlening Marokkaanse Jongeren “Al Amal”, waarvan Werdmölder nota bene bestuurslid was .

Werdmölder schrijft in de Volkskrant dat het tijd wordt dat verantwoordelijke bestuurders nu orde op zaken stellen. Wat die bestuurders dan precies moeten doen, vertelt de wetenschapper er niet bij.

En dat is illustratief voor de teleurstellende discussie die is ontstaan naar aanleiding van het boek en het artikel van Jurgens. De enige die nog enigszins inhoudelijk reageerde was Ahmed Marcouch, die in de Volkskrant pleitte voor een lik-op-stukbeleid, het uit huis plaatsen van risicojongeren en het laten opnemen van deze jongeren in internaten of bij hun grootouders in Marokko.

Jurgens komt op grond van gesprekken met 70 professionals (Marokkaanse jongeren en hun ouders komen zelf niet aan bod) tot een aardig leesbaar boek dat voor sommigen misschien nog nieuws kan bevatten.

Op ruim 170 pagina’s worden vooral problemen geschetst, maar slechts één alinea (blz. 158) bevat beleidsaanbevelingen. Zo moeten er volgens Jurgens betere onderwijsvoorzieningen komen voor de nieuwe allochtone onderklasse (alleen voor hen?), mogen ouders met opgroeiende kinderen niet langer een uitkering trekken (?) en moet de politie de straat op gaan.

Met dergelijke weinig schokkende aanbevelingen verkoop je normaal gesproken geen boek. Dan kun je beter roepen dat je mythen doorbreekt. Het probleem is groot genoeg en had een betere discussie verdiend. Het is nu niet meer dan een zeepbel gebleken.

0 comments on “Isa”

Isa

Isafotomichelle

In de loop van dit jaar  zal ik met mijn roman Isa debuteren bij uitgeverij Lemmens. ISA is het licht absurdistische verhaal over de gepassioneerde,  maar alles vernietigende liefde tussen Evert Ruysterbosch en Isa.
               

Binnenkort meer informatie….            
Alhoewel het nog niet bekend is hoe de
omslag van het boek er uit zal zien, hebben studenten van de opleiding The Fotofactory eerder dit jaar de opdracht gehad om een omslag
te ontwerpen. De resultaten kun je hier
bekijken. Deze foto van Isa is gemaakt door Michelle van Goudzwaard.

In naam van de Vrijheid: Koran niet verspreiden maar herschrijven?

Koran_1
Een paar maanden geleden riep de voormalige VVD’er Geert Wilders
moslims nog op de helft uit de Koran te scheuren om zich aan te passen
aan onze moderne samenleving. Vandaag krijgt hij navolging in het
Liberaal Reveil, het blad van de Telderstichting, het wetenschappelijk
bureau van de VVD. Daarin schrijft iemand die zich verschuilt achter
het pseudoniem M.S.H. Frankenvrij dat de oproepen tot haat en tot het
plegen van misdrijven moeten
verwijderd worden uit de Koran. De ‘beschaafde’ versie van het boek dat
dan ontstaat kan in Nederland volgens Frankenvrij worden vrijgegeven.

De anonieme
auteur doelt op passages in de Koran die oproepen tot moord en doodslag
tegen niet-islamieten. Die vormen volgens hem (of haar) een ,,ernstig
misdrijf” tegen het Wetboek van Strafrecht. ,,Daaraan dienen
bijbehorende consequenties te worden verbonden”, aldus de auteur. De
Koran zou dus in zijn huidige vorm niet in Nederland verspreid mogen
worden.

Een citaat:

‘Wanneer iemand -uw volle broer, uw
zoon of uw dochter, of de vrouw die u bemint, of uw beste vriend, u in
het geheim probeert over te halen om andere goden te dienen, goden die
u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van de naburige
volken, vlakbij of ver weg of waar dan ook ter wereld, luister dan niet
naar zo iemand en geef niet toe, wees onverbiddelijk, heb geen
medelijden met hem en houd hem niet de hand boven het hoofd. U moet hem
ter dood brengen; samen met uw volksgenoten moet u hem stenigen tot de
dood erop volgt, en zelf moet u de eerste steen werpen. Dat is zijn
straf, want hij heeft geprobeerd u te vervreemden van de Heer, uw God,
die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd.’

Een
weinig vrolijkstemmende tekst uit …De Bijbel (blz. 294 van de Nieuwe
Bijbelvertaling). Want ook dat Heilig Boek, vooral het Oude Testament,
bevat diverse ‘vredelievende’ teksten. Toch richt de vrijheidstrijder
van de VVD zich alleen op de Koran, die volgens Frankenvrij primitief,
ongenuanceerd, onverdraagzaam, agressief en haatdragend is.

Tweede druk Pijlers voor Bruggenbouwers, boek over zelforganisaties, verschenen

Pijlers
Bij ACB Kenniscentrum is de tweede druk van Pijlers voor Bruggenbouwers verschenen. Het boek is het verslag van een uitgebreid kwalitatief en
kwantitatief onderzoek van ACB Kenniscentrum naar de ondersteuning van allochtone
vrijwilligersorganisaties (zelforganisaties).

Met medewerking van de Vrijwilligers
Centrale Amsterdam (VCA) en de Helpdesk voor Administratieve en
Procesmatige Ondersteuning (HAPO) heeft ACB de ondersteuning van 68
verschillende organisaties in kaart gebracht. Hierbij is gekeken naar
de inhoudelijke en financiële ondersteuning die zij krijgen van
(lokale) overheden. Op grond van dit materiaal, verschillende
interviews en de ervaring van ACB Kenniscentrum op dit terrein, is een overzicht
gemaakt van de belangrijkste ondersteuningsvragen van de organisaties
en de meest voorkomende knelpunten.

Ook is er gekeken naar het effect van de ontwikkeling van het
integratiedebat op de positie van allochtone vrijwilligersorganisaties
en zijn er aanbevelingen geformuleerd
aan lokale overheden en ondersteuners.

Het boek is geschreven door Ewoud Butter met bijdragen van Roemer van Oordt (Hapo) en Warner Hemmes (ACB Kenniscentrum).

Pijlers voor Bruggenbouwers
Over de ondersteuning van allochtone vrijwilligersorganisaties
ACB Kenniscentrum, Amsterdam 2006 (110 pagina’s)
ISBN-10: 90-72832, ISBN-13: 978-90-72832-13-9

Kosten: €14,10 incl. porto.
Klik hier voor uw bestelling per e-mail.

0 comments on “Ik zeg niet dat Wilders een racist is, maar de schijn heeft hij wel tegen.”

Ik zeg niet dat Wilders een racist is, maar de schijn heeft hij wel tegen.

Wilders2
Ik zeg niet dat Wilders een racist is,  maar de schijn heeft hij wel tegen.

Met
deze uitspraak hanteer ik de methode Wilders: ik verklaar niet dat hij
een racist is, maar ik heb ondertussen wel de suggestie gewekt. Het is
één van de succesvolle methoden waarvan de PVV-leider zich bediend.

Veroordelen zonder bewijs
Francisco van Jole illustreerde in een column in het tv-programma De Leugen Regeert
bovengenoemde werkwijze van Wilders met een fragment uit een
NOVA-uitzending waarin Wilders over de staatssecretarissen Albayrak en
Aboutaleb verklaarde dat hij niet kon bewijzen dat beide bewindslieden
niet loyaal zouden zijn aan Nederland, maar dat er wel de schijn was
van dubbele loyaliteit en belangenverstrengeling.

Met Arib ging Wilders nog een stapje verder. Alhoewel Wilders moest
erkennen dat Arib geen enkele regel had overtreden, trok hij, van harte
gesteund overigens door de VVD, bij voorbaat haar integriteit in
twijfel en beschuldigde
hij haar – zonder enige bewijslast –  van deloyaliteit aan Nederland.
Behalve Wilders en de VVD was ook Afshan Ellian, nota bene een ‘rechtsgeleerde’, gemakkelijk met beschuldigingen aan het adres van Arib. In zijn column
die verscheen op de website van Elsevier en die stijf staat van
aantoonbare onjuistheden, wordt Arib er nota bene van beschuldigd dat
ze grove
mensenrechtenschendingen in Marokko legitimeert.

Voor Wilders, die zegt de Nederlandse rechtsstaat te willen
verdedigen, is het geen probleem te veroordelen zonder bewijs. Wanneer
het gaat om aanhangers van de ‘zuivere’, radicale islam zou dat wat hem
betreft zelfs wettelijk geregeld moeten worden. Hij spiegelt zich
daarbij aan zijn grote voorbeeld Israel: daar stoppen ze ook verdachten zonder proces voor langere tijd achter de tralies.  Dat “administratieve detentie” in Israel tot excessen en het uitgebreid schenden van de mensenrechten leidt, is voor hem blijkbaar van geen belang.

Voor alle duidelijkheid: het is uitstekend dat er gediscussieerd
wordt
over de dubbele nationaliteit. De huidige wet is zeker geen schoonheid.
Zie hiervoor
bijvoorbeeld het artikel van Ruud Koopmans afgelopen weekeinde
in het NRC. Maar het gaat bij Wilders niet om de inhoud te gaan. Het
gaat hem om vooral om moslims; over de dubbele nationaliteit van de
populaire Maxima laat hij zich wijselijk niet uit – dat zou hem stemmen
kosten.

Tijdens het debat vorige week donderdag bleek ook dat hij niet op de
hoogte was van het Nederlandse grondwetsartikel 3 ("Alle Nederlanders
zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.") Wanneer hij zich
echt in het onderwerp had verdiept, was hij met een initiatief gekomen
om dit grondwetsartikel te wijzigen. 

Het afschaffen van de dubbele nationaliteit staat overigens op
gespannen voet met een ander plan van Wilders: denaturalisatie en
uitzetting recidiverende (Marokkaanse) straatterroristen met dubbele
nationaliteit (zie paragraaf II van zijn verkiezingspamflet).

Wilders is vooral geinteresseerd in confrontatie en polarisatie;
iedere rel
levert hem immers winst in de peilingen op. Dat hij daarbij
rücksichtlos karaktermoord pleegt op personen of groepen mensen
(moslims) neemt hij voor lief.

Demonisering
Calimero
Want, hoewel hij zelf niet bepaald de nuance zoekt, benadrukt hij zelf
graag zijn slachtofferrol. Treffend voorbeeld hiervan was dat hij
tijdens het lijsttrekkersdebat na de verkiezingen zelf suggereerde dat
de grote partijen zouden overwegen met een cordon sanitaire de PVV te isoleren. Ook al klopte daar geen biet van, het beeld was geschapen.

In een column op de website Geen Stijl (ook verschenen op bijvoorbeeld stormfront.org – maar nu ‘demoniseer’ ik) roept Wilders op de demonisering van hem en de PVV te stoppen:"De demonisering van mijn
partij in het algemeen, en de schandelijke vergelijkingen met
extreem-rechts en het nazisme in het bijzonder zijn walgelijk, een
belediging aan het adres van de PVV-kiezer en moeten onmiddellijk
stoppen."
Hij
geeft hierbij enkele voorbeelden van inderdaad niet altijd even
fijnzinnige of treffende verwijzingen naar de NSB en Hitler-Duitsland.
Het enige voorbeeld dat hij geeft dat ik online kan controleren is dat
van Francisco van Jole, die Wilders in eerder genoemde uitzending van De Leugen Regeert
met communistenjager McCarthy zou hebben vergeleken. Wat blijkt na het
bekijken van de gesproken column: Van Jole komt tot die vergelijking
met McCarthy omdat Wilders hem zelf drie jaar geleden in het weekblad
Esquire heeft gemaakt.

De vraag is of Wilders niet zelf kiest voor deze slachtofferrol. Van
Fortuyn kan hij immers geleerd hebben dat het electoraal handig is
gedemoniseerd te worden.

Volgens hoogleraar geschiedenis Henk te Velde zijn het niet anderen
die een cordon sanitaire om Wilders heen leggen, maar sluit hij
zichzelf bewust buiten. Te Velde in de Vrij Nederland van 10 maart:’De
Partij voor de Vrijheid ontwikkelt zich tot een antisysteempartij. Het
is nog niet zover, maar hij is een weg ingeslagen die eindigt met de
vaststelling: "Deze rechtsorde is de onze niet."Buiten de Kamer zoekt
hij steun bij kiezers die zich eveneens tegen het systeem keren een
anti-gevoel dat zich nu op moslims richt, maar waar een diepere afkeer
achter schuilgaat.’

0 comments on “Over dubbele nationaliteit bij NMO”

Over dubbele nationaliteit bij NMO

Duopas
Gisteren werd in het NMO-programma InFocus aandacht besteed aan het debat over de dubbele nationaliteit. Integratiedeskundige Jan Beerenhout, Ewoud Butter van ACB Kenniscentrum en oud-politicus Mohammed Rabbae
stellen dat het niet verstandig is om een discussie over de dubbele
nationaliteit bij bewindslieden uit de weg te gaan. Dergelijke acties
werken averechts: ze voeden negatieve onderbuikgevoelens en beïnvloeden
hiermee ook het emancipatieproces van moslims in Nederland. De uitzending is hier nog te bekijken.

0 comments on “Van wie hou je meer: van je moeder of je vader? (dubbele nationaliteit)”

Van wie hou je meer: van je moeder of je vader? (dubbele nationaliteit)

Adhd
Deze week werd het nieuws voor een
belangrijk deel gedomineerd door de discussie over de dubbele
nationaliteit in de Tweede Kamer. Het debat werd door Gerdi Verbeet, de
voorzitter van de Tweede Kamer gestopt, maar is daarmee nog niet
afgerond.   

Stel een kind de vraag ‘Van wie hou je meer: van je vader of van je
moeder?’ en het kind zal waarschijnlijk in de stress schieten, omdat
het er onmogelijk een antwoord op kan geven. En als dat wel lukt, volgt
er in negen van de tien gevallen een genuanceerde afweging als ‘van
mamma krijg ik vaker een knuffel, maar van pappa mag ik later naar
bed.’

Van liefde, vriendschap of loyaliteit hebben we geen vaste
hoeveelheden die zich in porties laten verdelen. Wanneer je twee
vrienden hebt, betekent dat niet dat er geen ruimte meer is voor een
derde vriend.
Het zijn ook geen communicerende vaten: als je op
een goede dag besluit meer van je moeder te houden, hoeft dat nog niet
te betekenen dat er minder liefde over is voor je vader. Hetzelfde
geldt voor een dubbele nationaliteit: loyaliteit aan je geboorteland of
het land van je ouders, hoeft geen  belemmering te vormen voor een
overtuigde keuze voor je nieuwe land. Er is tot nu toe ook op geen
enkele manier aangetoond dat het onderhouden van een relatie met het
herkomstland, ten koste zou gaan van de integratie in Nederland.
Integendeel: onder groepen vluchtelingen zijn het bijvoorbeeld de
Iraniërs (allen met dubbele nationaliteit) die het beste integreren
(zie Iraniërs integreren goed).

dubbele nationaliteit = dubbele loyaliteit?
De
meeste partijen brachten deze week tijdens het kamerdebat over de
dubbele nationaliteit vooral praktische bezwaren in tegen beperking van
de dubbele nationaliteit. Migranten zouden er bijvoorbeeld van kunnen
afzien het Nederlanderschap aan te vragen, wanneer zij daarvoor hun
oorspronkelijke nationaliteit moeten opgeven.

Voor de PVV en nog-net-minister Verdonk bleek het
aanstootgevend wanneer burgers er naast de Nederlandse nog andere
loyaliteiten op nahouden. Hun redenering is simpel: een dubbele
nationaliteit staat gelijk aan een dubbele loyaliteit en daarom mag een
dubbele nationaliteit niet.
Immers,
wanneer er sprake is van een (belangen)conflict van Nederland met het
land van herkomst, zou je van Nederlandse burgers mogen verwachten dat
ze duidelijk voor Nederland kiezen. Het is een redenering die tot op
zeker hoogte te volgen is, maar in hoeverre is het ook reeel?

loyaal aan de staat
Ons leven staat stijf van de
loyaliteitsconflicten. Met bijvoorbeeld familie, vrienden, school,
werk, buren, geloof en de staat. Van geval tot geval maken we een
afweging en kiezen we.

Van
een kind verwacht je niet dat dat het bij voorbaat een keuze maakt voor
één van de ouders wanneer er (nog) helemaal geen sprake is van een
scheiding. In sommige gevallen sluiten we om die loyaliteit zoveel
mogelijk te garanderen contracten (met werkgever, maar ook met partner) of vragen we functionarissen om een eed of gelofte af te
leggen. Zo moeten ook Nederlandse politici bij hun beediging trouw
beloven aan Koning en Grondwet.