Toespraak bij ontvangst Clara Meijer-Wichmann penning 2016

uitreiking-cmw3
Op zaterdagmiddag 10 december 2016 had ik de geweldige eer als hoofdredacteur en oprichter van Republiek Allochtonië de Clara Meijer-Wichmann Penning te mogen ontvangen.

Ik nam in mijn speech stelling tegen hijgerige en foutieve berichtgeving in de media, het zonder enige onderbouwing culturaliseren en islamiseren van het integratiedebat en ook nam hij het geneuzel over de Nederlandse cultuur’ of ‘onze manier van leven’ op de korrel. Wanneer we willen benadrukken welke waarden en vrijheden we belangrijk vinden, is het veel effectiever, concreter en vooral inclusiever om de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als referentiepunt te gebruiken.

Hieronder de tekst van mijn speech.

Mustafa is in de jaren negentig uit Irak gevlucht. Hij is sinds zijn puberteit overtuigd atheïst. Hij draagt een baard, omdat hij dat mooi vindt. Sinds een aantal jaar krijgt hij tijdens sollicitatiegesprekken de vraag of hij vrouwen wel een hand geeft. Hij wordt in Nederland zo vaak als moslim aangesproken, dat hij zich maar cultureel moslim is gaan noemen.

Aycig is geboren en getogen in Nederland. Haar kinderen worden nog steeds als ‘allochtonen’ aangesproken, terwijl ze een stuk Nederlandser zijn dan bijna alle leden van ons Koninklijk Huis.

Ahmet is ook in Nederland geboren. Hij is politiek actief en krijgt met regelmaat op hoge toon de vraag of hij de Armeense genocide wel erkent. Ondertussen krijgen zijn kinderen op school nog steeds les over de politionele acties. In de rest van de wereld worden die acties trouwens gewoon een koloniale oorlog genoemd.

Malika is moslima en feministe. Ze zet zich in voor vrouwenrechten en tegen huwelijksdwang. Ze krijgt geregeld het verwijt dat ze met haar acties voor vrouwen de islam in een kwaad daglicht stelt en de PVV in de kaart speelt.

Brahim is een jonge academicus. Nadat hij onder zijn eigen naam voor een vacature was afgewezen, had hij met dezelfde brief en cv wel succes toen hij zijn naam in Hans veranderde.

Fatiha is een jonge moeder. Ik sprak haar twee weken geleden in een moskee in Tilburg. Ze vertelde me: “Als student had ik een baantje bij een callcenter. We werkten daar met allemaal Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Van de baas mochten we niet onder eigen naam werken, we moesten een Nederlandse naam kiezen. Dat verkocht beter. Ik heette daar Wendy Jansen. In het begin vond ik het wel grappig, maar al snel ging het wringen. Op een dag zei mijn collega Farid dat hij geen Frits meer wilde heten: ‘Ik heet Farid, wen daar maar aan’, zei hij. Hij werd direct ontslagen. “

Dames en heren, ik heb de namen van deze personen veranderd, maar het zijn allemaal waar gebeurde verhalen.

Labels met consequenties

Wat deze mensen gemeen hebben is dat ze worden aangesproken of beoordeeld op hun lidmaatschap van een vermeende groep, op het land van hun ouders of grootouders of op hun religie of vermeende religie. Ze worden zonder dat ze dat willen in een hokje gestopt. Ze krijgen een label. Het zijn labels met consequenties.

Nou is de neiging om anderen te labelen en in hokjes te stoppen vrij menselijk, we doen het allemaal, maar in West Europa en zeker in Nederland zijn we hierin de afgelopen decennia aardig doorgeslagen.

Het debat is sterk geculturaliseerd. In het begin van de jaren 90, toen ik begon met werken in dit veld, lag het accent nog sterk op de emancipatie en participatie van wat we toen etnische minderheden noemden. Toen het met die participatie niet zo snel ging als gehoopt, werd de verklaring hiervoor steeds vaker, meestal zonder enige onderbouwing, gezocht in de culturele of religieuze achtergronden van minderheden.

Nederlandse identiteit

Die neiging werd versterkt door het debat dat we in diezelfde tijd gingen voeren over de Nederlandse identiteit. Door langlopende processen als ontzuiling, individualisering, globalisering en vervreemding, maar ook door de uitbreiding van de Europese Unie in de jaren ‘90, de komst van de euro en de verscherping van het integratiedebat werd steeds vaker gesproken over ‘de Nederlandse identiteit’, onze normen en waarden en ‘onze manier van leven’.

Nou herkennen we waarschijnlijk allemaal Nederlandse toeristen in het buitenland, maar het valt niet mee om een Nederlandse identiteit te omschrijven waarin alle leden van onze verbeelde nationale gemeenschap, variërend van een Amsterdamse hipster tot een ouderling uit Staphorst, zich kunnen herkennen. Het is gemakkelijker om een paling uit een emmer snot te halen.

Het probleem met identiteiten is dat ze per definitie dynamisch zijn. Ze worden continu en afhankelijk van de plaats e omstandigheden opnieuw ingevuld, geïnterpreteerd en aangepast.

Paul Scheffer, één van de aanjagers van de zoektocht naar onze nationale identiteit, had de hoop dat het debat over de nationale identiteit nieuwe Nederlanders zou insluiten, maar het pakte juist averechts uit.

De discussie over onze identiteit richt zich in de praktijk vooral op het verleden waar nieuwkomers geen deel van uitmaken, hooguit als gekoloniseerden. Zo verkozen we bijvoorbeeld de grootste Nederlander allertijden en hadden we een premier die de VOC mentaliteit bejubelde.

Onze cultuur wordt in discussies meestal teruggebracht tot gestolde tradities. Dat leidt tot verhitte en soms verkrampte debatten over bijvoorbeeld Zwarte Piet.

Het zijn discussies die een enorme hoeveelheid heftige en plat racistische uitingen tot gevolg hebben en die vooral duidelijk maken dat we in ieder geval lang niet zo tolerant zijn als we onszelf graag zien.

Universele Verklaring van de Rechten van de Mensen

Ik heb laatst de verkiezingsprogramma’s van 13 partijen doorgenomen. Daarin wordt geregeld, zonder nadere omschrijving, over ‘de Nederlandse cultuur’ of ‘onze manier van leven’ gesproken. Wanneer we willen benadrukken welke waarden en vrijheden we belangrijk vinden, is het denk ik veel effectiever, concreter en vooral inclusiever om onze grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als startpunt te gebruiken. Bijna alle elementaire vrijheden die ons dierbaar zijn, zijn daarin vastgelegd.

Clash of Civilizations

En dan is er nog iets anders. Identiteiten worden vaak in contrast met anderen geformuleerd. Dat betekent in de praktijk: als we niet goed kunnen definiëren wie wij zelf zijn, dan definiëren we wel wie die ‘Anderen’ zijn. En die Anderen vormen meestal een bedreiging. Daar moeten we bang voor zijn.

De Anderen waren vroeger de communisten, maar na de val van de Muur zijn het vooral de moslims geworden.

Gestimuleerd door het idee van een Clash of Civilizations zoals die door Huntington werd beschreven, maar ook door het sterk toegenomen islamitisch terrorisme, worden ‘de westerse beschaving’ en de “islamitische beschaving” steeds scherper tegenover elkaar gesteld.

Sinds George Bush de aanslagen van 11 september 2001 een aanval op de westerse beschaving noemde, wordt dit frame herhaald bij alle aanslagen die worden gepleegd door moslimterroristen in het Westen.

Ze worden geduid als een aanval op ‘onze waarden’ en ‘onze manier van leven’. En in de debatten die volgen gaat het dan al snel over ‘wij’ versus ‘de moslims’; daarbij wordt de enorme diversiteit binnen de islam dan voor het gemak steevast ontkend.

Moslims blijven hier

En dan gaat het wringen. Moslims wonen immers niet alleen in islamitische landen, maar ze zijn ook al lang een onderdeel gaan vormen van onze Westerse beschaving. Eén op de twintig volwassen Nederlanders beschouwt zichzelf als moslim.

Dat kun je met goede redenen als een verrijking beschouwen en als je dat niet doet, zul je e toch vooral rmee moeten dealen. Moslims zijn hier en zullen hier blijven. Ze zijn een onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse samenleving gaan vormen. Dat geldt trouwens niet alleen voor moslims, maar voor alle religieuze en etnische groepen die hier nu wonen en die blijven komen. Het zijn allemaal Nederlanders. De jaren 50 keren niet terug.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar is het voor heel veel oorspronkelijke Nederlanders nog niet. Nog lang niet. En handige populisten misbruiken dit onbehagen als katalysator voor allerlei ander ongemak en onbehagen. Een discussie op een willekeurig internetforum over een willekeurig onderwerp gaat na een tiental reacties geregeld over bijvoorbeeld Marokkanen en vooral moslims. Feiten en relevantie lijken daarbij amper van belang .

Clash op Perceptions

En daarmee kom ik op een volgend punt: we hebben niet alleen te dealen met een Clash of Civilizations, maar ook met een Clash of Perceptions. Het gaat steeds meer om beelden die we van onszelf en van anderen creëren en niet om de feiten die steeds minder belangrijk lijken te worden.

Het internet, inclusief sociale media, is geen ruilmarkt van ideeën geworden, maar een echoput. We zijn niet op zoek naar berichten die ons doen twijfelen, maar vooral naar berichten die onze vooroordelen bevestigen en vaak onze angsten vergroten.

Meningen lijken steeds vaker in beton gegoten, terwijl juist twijfel een belangrijke bron is voor vooruitgang en voor relativering (en humor). Maar het vermogen te kunnen twijfelen aan de eigen waarheden helpt ook om empathie op te brengen voor andersdenkenden en voor werkelijk contact.

En hiermee heb ik een aantal punten genoemd die me in 2005 hebben gemotiveerd om met Republiek Allochtonië, toen nog het Allochtonenweblog, te starten.

Luxe

Ik ben Ewoud Butter. Mijn achternaam is niet Nederlands, ik heb voorouders uit vier verschillende buitenlanden, ik heb op een streng protestant christelijke school op de Veluwe gezeten en op één van de laatste katholieke jongensscholen in Brabant. Deze etnische en religieuze achtergronden zijn nooit relevant. Voor mij niet en voor anderen niet. Ik word er nooit naar gevraagd. Nou ja, soms krijg ik de vraag op zijn hoogst de vraag of ik dan misschien voor PSV ben en of ik ook plat Brabants kan praten.

Ik zit in een luxe positie. Hetzelfde geldt voor mijn maatje Roemer van Oordt die me de laatste jaren als sparringpartner en redacteur geweldig heeft geholpen. Wij zijn twee witte mannen van inmiddels middelbare leeftijd. We worden vanwege ons werk zo nu en dan wel eens uitgescholden, en soms is het erger dan dat, maar over het algemeen genieten we een grote vrijheid. We kunnen zeggen wat we willen, geloven of niet geloven, we kunnen ons kleden zoals we willen en vrijen met wie we willen. We kunnen terecht in iedere discotheek (tenzij ze ons te oud vinden) en worden nooit door de politie aangehouden. Als we een kleurtje hadden gehad was dat heel anders geweest. Van etnisch profileren hebben wij geen enkele last. Onze etnische, culturele of religieuze achtergrond is in gesprekken, bij sollicitaties, zelden of nooit relevant.

Het is een vrijheid die we koesteren, een vrijheid die we ook onze kinderen gunnen en een vrijheid die ons verplicht, zo vinden wij, om ons in te zetten voor de mensen die deze vrijheid niet of veel minder hebben. Dat zijn vaak mensen die op één of andere manier een minderheid vormen.

Allochtonenweblog/ Republiek Allochtonië

Ik ben in 2005 begonnen met bloggen omdat ik me stoorde aan ongenuanceerde uitspraken van politici, aan hijgerige en foutieve berichtgeving in de media en aan het zonder enige onderbouwing culturaliseren en islamiseren van het integratiedebat. Een debat waarin mensen niet meer als individu, maar als onderdeel van een groep worden behandeld.  Ook miste ik aandacht voor bepaalde onderwerpen, zoals de resultaten van wetenschappelijk onderzoek of een onderwerp als moslimhaat dat ik, naast antisemitisme en homofobie, sinds 2009 bewust en structureel ben gaan agenderen. En last but not least stoorde ik me aan het gebrek aan diversiteit in praatprogramma’s en op de opiniepagina’s.

Ik had in 2005 de luxe dat ik toen al 15 jaar onderzoek deed naar integratievraagstukken, dat ik een beetje kan schrijven en vooral dat ik in de loop der jaren aardig wat mensen en organisaties had leren kennen met een verhaal dat veel breder gehoord moet worden. Met Republiek Allochtonië en voorheem het Allochtonenweblog, kon ik hen een platform bieden. Er zijn inmiddels ruim 500 verschillende personen en organisaties geweest die hun stukken publiceerden.

Roemer en ik hebben vorig jaar een nieuwe website gelanceerd: polderislam.nl waarop veel achtergrondinformatie over de islam te vinden is en we een overzicht geven van de wijze waarop moslims zich in Nederland hebben georganiseerd. Daarmee willen we vooral de enorme diversiteit laten zien en tegenwicht bieden aan het beeld van de islam als monolitisch blok.

Dat ik nu als oprichter van Republiek Allochtonië deze penning mag ontvangen, is een geweldige eer en erkenning waarvoor ik De Liga voor de Rechten van de Mens en J’accuse dan ook enorm wil bedanken.

Maar, ik heb het niet alleen gedaan. Ik ben ook veel dank verschuldigd aan vele anderen.

————–

Aan het slot van mijn speech bedankte ik, deels geimproviseerd, vele mensen, waaronder:

  • allereerst Roemer van Oordt, die vanaf 2012 voor mij een geweldige steun is geweest als redacteur, schrijver van sterke stukken en sparringpartner,

  • voormalige redacteuren/columnisten als Lisa Arts en Hanane, Flip van Dyke, Bart Voorzanger, Kemal Rijken, Dilan Yesilgöz en Floris Meijer

  • de ongeveer 500 auteurs

  • m’n bestuursleden Fenna Ulichki, Pieter Mangé, Mohammed Aissati en Nadia Bouras, maar ook Sinan Cankaya en Enis Odaci die me geregeld adviseren

  • de donateurs die ervoor gezorgd hebben dat de kosten die aan dit blog zijn verbonden steeds kon betalen en die me, dankzij hun steun, stimuleerden door te gaan wanneer ik het even niet meer zag zitten.

  • mijn geweldige ouders, lieve vrienden, oud collega’s die me steunen of juist terechte kritiek geven,

  • veel mensen die me iinspireren of inspireerden, omdat ze bevlogen zijn, omdat ze hun nek uit durven te steken, tegen de stroom in durven te gaan, voor mensenrechten opkomen of me wakker houden met verhalen die buiten mijn bubbel vallen. (Tijdens mijn speech gaf ik hiervan een 20-tal voorbeelden en noemde ik ook enkele vrienden bij naam en toenaam. Ik laat dat hier achterwege, omdat niet iedereen vermeld wil worden en omdat ik bovendien bang ben nooit een volledge lijst te kunnen geven)

  • en last but not least mijn vriendin Annelies en mijn dochters Marijn en Jente die me nu ruim 11 jaar vele uren per week in de avonden of in het weekend verscholen zien achter m’n laptop vanwege dit blog.

We staan, zoals de aanwezige Anja Meulenbelt, na afloop treffend formuleerde, allemaal op de schouders van anderen. 

Clara Meijer-Wichmann Penning

De Clara Meijer-Wichmann Penning wordt sinds 1988 jaarlijks toegekend door de Liga voor de Rechten van de Mens, vanaf 2003 samen met de stichting J’accuse. De penning wordt jaarlijks uitgereikt aan een persoon of organisatie die bijzondere erkenning verdient voor zijn of haar inzet voor de verdediging van de rechten van de mens, met name in Nederland.

De uitreiking vindt plaats op 10 december, de Dag van de Rechten van de Mens. De Penning is genoemd naar Clara Meijer-Wichmann (1885-1922), een Nederlandse juriste, vrijdenker, feministe en publiciste. Zij verwierp principieel iedere vorm van dictatuur, verwierp het denken in termen van ‘vriend of vijand’ en betoogde steeds dat de middelen in overeenstemming met het doel moesten zijn in de strijd voor een betere wereld.

Deze speech verscheen uiteraard ook op Republiek Allochtonië

Foto: Nadia Bouras

Waardeert je Republiek Allochtonië dat op vrijwillige basis wordt onderhouden? Je kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!

 

2 gedachtes over “Toespraak bij ontvangst Clara Meijer-Wichmann penning 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s