Diversiteit in de Tweede Kamer

verkiezingenOver een jaar, of eerder, vinden de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Het is maar de vraag of bij deze verkiezingen het aantal van 11 Kamerleden van niet-westerse herkomst bij de komende Tweede Kamerverkiezingen zal worden geëvenaard.

Het is een terugkerend ritueel: een half jaar voor de verkiezingen worden diverse mensen gebeld door vertegenwoordigers van verschillende partijen met ongeveer de volgende vraag: “Tot morgen kunnen kandidaten zich melden voor onze lijst. We…ik..euh..weet jij eventueel nog een geschikte euh….buitenlandse, hoe zeg je dat, allochtone, niet-westerse, kandidaten van kleur?” Ik heb deze vraag vaak gehad en velen met mij.

Dat deze vraag op het laatste nippertje wordt gesteld, illustreert dat verschillende politieke partijen best willen denken aan diversiteit, maar daar vaak veel te laat aan beginnen.

De komende maanden kunnen de kandidaatstellingscommissies weer aan de slag voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen die, als het kabinet niet voortijdig valt, in maart 2017 zullen plaats vinden. Deze commissies zullen van hun partijbestuur ongetwijfeld de opdracht krijgen om met een lijst te komen die bestaat uit kwalitatief hoogwaardige kandidaten die niet alleen de standpunten van de partij onderschrijven, maar ook aan een hoop andere eisen voldoen. Zo moeten de kandidaten stemmentrekkers zijn en geschikt blijken voor het politieke handwerk. Ook moeten de kandidaten samen een sterk en complementair team kunnen worden en een afspiegeling vormen van de gehele samenleving of op zijn minst van de achterban van de partij. Etnische diversiteit is hierbij voor veel kandidaatstellingscommissies al jaren een belangrijk aandachtspunt.

Bij de laatste verkiezingen in 2012 werden 11 Kamerleden met een niet-westerse achtergrond gekozen. Dat was minder dan bij de verkiezingen van 2010 en 2006 toen er respectievelijk 17 en 12 Kamerleden met een niet-westerse achtergrond in de Tweede Kamer belandden.

Het is maar de vraag of bij de komende verkiezingen het aantal van 11 Kamerleden zal worden geëvenaard of overtroffen. Er zijn een aantal redenen waarom dit moeilijk zal worden.

Allereerst wordt de vijver waarin partijen traditioneel naar kandidaten vissen steeds kleiner. Bij voorkeur kiezen partijen namelijk kandidaten die hun sporen in de partij verdiend hebben. Maar het aantal leden neemt al jaren af en bereikte dit jaar een historisch dieptepunt van 286.000 leden. Dat betekent dat ongeveer 1,7% van de Nederlanders lid is van een politieke partij. Hiervan is volgens diverse schattingen slechts 10% ook echt actief binnen politieke partijen, dat is dus 0,17% van de totale bevolking. Uit een onderzoek dat het CBS in 2014 publiceerde blijkt bovendien dat Nederlanders van niet-westerse herkomst veel minder vaak lid zijn van een politieke partij dan autochtone Nederlanders.

Partijen zullen hierdoor meer dan in het verleden hun kandidaten moeten gaan zoeken buiten het kringetje van actieve partijleden. Ook minder actieve leden of sympathisanten van een partij zullen in aanmerking moeten komen voor een Kamerlidmaatschap.

Partijen zullen hun talenten ook vaker moeten scouten bij onder andere maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven of de overheid. Wat betreft kandidaten met een niet-westerse achtergrond waren in het verleden migrantenorganisaties een goede bron voor talent. Zo hebben Sadet Karabulut (DIDF), Ahmed Marcouch (UMMAO), Khadija Arib (MVVN) en Tofik Dibi (Htib) een verleden bij een migrantenorganisatie. Maar deze bron lijkt op te drogen. Migrantenorganisaties leveren nog maar zelden politici.

Een andere reden waarom het moeilijk zal worden om het aantal van 11 niet-westerse Kamerleden te evenaren, is dat het diversiteitsbeleid in de meeste partijen niet veel verder komt dan een motie op het partijcongres, een werkgroepje en een notitie.

De partij die al jaren relatief het meest aan diversiteitbeleid doet is de PvdA. Die partij levert niet alleen naar verhouding de meeste vrouwen, maar ook verreweg de meeste Kamerleden van niet-westerse herkomst. Zo kwamen in 2012 zes van de elf niet-westerse Kamerleden voor rekening van de PvdA. De overige kwamen de Tweede Kamer in namens de SP (2), GroenLinks (1), D66 (1) en de VVD (1).

De PvdA, door criticasters wel eens de Partij voor de Allochtonen genoemd, staat er echter beroerd voor in de peilingen en heeft met het integratie- en immigratiebeleid van dit kabinet een deel van haar niet-westerse achterban van zich vervreemd. Die onvrede over het beleid werd ook duidelijk bij het conflict met de voormalige PvdA-kamerleden, Kuzu en Öztürk, die zich afsplitsten en een nieuwe partij vormden: DENK.

Een laatste reden waarom het moeilijk zal worden om het aantal van 11 niet-westerse Kamerleden te evenaren is dat het Kamerlidmaatschap er de laatste jaren niet aantrekkelijker op is geworden. Je moet als Kamerlid over een dikke huid beschikken. Volgens Tofik Dibi hebben politici van niet-westerse herkomst nog meer dan andere politici te kampen met een stortvloed aan verwachtingen en verwijten. Tijdens een bijeenkomst over de zwarte identiteit in de Nederlandse politiek vertelde hij: “ De één plaatst je op een voetstuk omdat je een volledige zin algemeen beschaafd Nederlands kan formuleren, de ander vervloekt je omdat je te goed Nederlands spreekt. De één vind je perfect geïntegreerd, de ander ziet je daarom als bounty of infiltrant. De één wil dat je opstaat tegen de PVV, racisme en discriminatie, de ander vind dat je niets anders doet dan daarmee bezig zijn.”

Ik wens de kandidaatstellingscommissies veel sterkte met het samenstellen van een goede, representatieve, diverse lijst en ik adviseer ze van harte: begin nu eens echt met diversiteitsbeleid, zoek de talenten ook buiten de partij, intensiveer de samenwerking met maatschappelijke organisaties en als je nog niet begonnen bent met scouting: begin dan vandaag.

 Een eerdere versie van dit artikel verscheen in Zaman Vandaag.

Lees ook over politiek en diversiteit op Republiek Allochtonië:

 

 

One thought on “Diversiteit in de Tweede Kamer

  1. De politieke partijen hebben in de gewone ledenvergaderingen een te hoog roomwit plafond.
    Om dan alleen bij het samenstellen van een kandidatenlijst even snel iemand van de straat te plukken geeft alleen maat teleurstellingen over en weer.

    Een andere ontvangst binnen de politieke partijen zou helpen.

    Bezorgde groet,

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s