Doet Amsterdam genoeg om radicalisering tegen te gaan?

peace manHet meldpunt radicalisering van de Amsterdam heeft vorig jaar 32 meldingen en adviesaanvragen verwerkt. Dit heeft burgemeester Eberhard van der Laan geantwoord op schriftelijke vragen van de SP die werden gesteld naar aanleiding van berichten over het afreizen van Amsterdamse jongeren richting Syrië.

Dit aantal is concreet, maar verder roept het antwoord van de burgemeester ook veel vragen op. Ging het bij die 32 jongeren ook om jongeren die naar Syrië wilden vertrekken of misschien inmiddels al zijn vertrokken? Kan de gemeente voldoende doen om radicalisering tegen te gaan? Wat voor lessen trekt de gemeente en wat doet de gemeente nog om radicalisering te voorkomen?

 

Het Parool

Aanleiding voor de vragen van het toenmalige raadslid (en nu wethouder) Ivens was een verontrustend bericht op  6 mei 2014 in het Parool van Heiba Targhi Bakkali. Hierin was te lezen: “Het antiradicaliseringsbeleid van Amsterdam schiet tekort. Met meldingen van radicaliserende jongeren die naar Syrië willen gaan, is niets of onvoldoende gedaan. De voorbije maanden konden minstens tien Amsterdamse jongeren richting Syrië reizen zonder dat er werd ingegrepen.”

In het artikel wordt hoogleraar en terrorismeonderzoeker Edwin Bakker van de universiteit Leiden geciteerd, die stelt dat er de laatste jaren veel is wegbezuinigd. Ook wordt jongerenwerker Fatima Zohra-Hadjar aangehaald die na de zomer van 2013 een radicaliserende jongere meldde bij het Meld- en adviespunt Radicalisering. ‘Er gebeurde helemaal niets’, zegt Hadjar. ‘Pas in februari ging de gemeente ermee aan de slag, toen ook stadsdeel Nieuw-West alarm sloeg. Maar toen was hij al maanden verdwenen.’ Ook komt Farid, de vader van een zestienjarige jongen die radicaliseerde, aan het woord. Hij vertelt: ‘Ik heb een radicaliseringsadviseur en de politie bij een huisbezoek gevraagd zijn paspoort in te nemen. Mij werd gezegd dat hij zijn paspoort mocht houden en dat ze ervoor zouden zorgen dat hij het vrijwillig aan mij zou geven. De dag erna was hij weg.’

Amsterdams beleid

In een interview met Republiek Allochtonië bevestigde ook Mohamed Azahaf, antiradicaliseringsmedewerker van stadsdeel Oost, dat er Amsterdamse jongeren naar Syrié zijn gegaan en ook weer terug zijn gekomen. Op de vraag of Amsterdam te weinig deed, antwoordde hij: “We zijn er in Amsterdam onder leiding van onder andere de burgemeester serieus en efficient mee bezig. Het is positief dat er inmiddels veel meer professionals zijn getraind om radicalisering te herkennen. Voldoende is het nog niet, maar misschien is het wel nooit genoeg. Het is net als met de aanpak van criminaliteit: het is mooi wanneer de criminaliteit daalt, maar we doen er nooit genoeg tegen.”

De gemeente Amsterdam heeft haar antiradicaliseringsbeleid twee jaar geleden, na een herorientatie, bijgesteld. Als antwoord op de vraag van de SP wat de effecten van deze bezuinigingen waren op het antiradicaliseringsbeleid schrijft de burgemeester nu:

“In de heroriëntatienotitie radicalisering en polarisatie (2012) is gekozen voor een risk based aanpak. In deze aanpak wordt er alleen geacteerd op daadwerkelijk geconstateerde risico’s voor de openbare orde en veiligheid. De instrumenten die voorheen opgenomen waren in de brede aanpak radicalisering en polarisatie maar niet op risico gebaseerd waren, zijn opgenomen in regulier beleid. De financiering van deze bredere instrumenten zijn derhalve ook niet terug te zien in de Aanpak radicalisering en polarisatie.” 

Uit het antwoord van de burgemeester wordt niet duidelijk welke brede instrumenten zijn opgenomen in het reguliere beleid en of hiertoe bijvoorbeeld ook de specifieke preventieprojecten behoren om de voedingsbodem van radicalisering en polarisatie te beperken. Dergelijke projecten behoren volgens dezelfde brief van de burgemeester wel tot het antiradicaliseringsbeleid, maar zijn als zodanig niet meer herkenbaar. Dat roept vragen op. Hoeveel wordt er voor dergelijke projecten uitgetrokken? Wat zijn de doelstellingen van deze projecten en hoe worden deze projecten getoetst? Onder wiens verantwoordelijkheid vallen deze projecten? Onder die van de burgemeester of bijvoorbeeld onder die van de wethouder Kukenheim van onderwijs, diversiteit en integratie?

In het verleden heeft de gemeente Amsterdam veel in preventieprojecten geinvesteerd. In het bijzonder de oude, inmiddels deels verdwenen stadsdelen Slotervaart (onder leiding van Ahmed Marcouch), Oost, Zeeburg en West hebben na de moord op Theo van Gogh programma’s opgezet om radicalisering te voorkomen, te monitoren en tegen te gaan. Sommige van deze projecten betekenden feitelijk een intensivering van het integratiebeleid. Stadsdeel Noord, een ander stadsdeel waar veel moslims wonen, koos er nadrukkelijk voor geen om specifiek beleid tegen radicalisering en polarisatie op te zetten.

Amsterdam werd aanvankelijk met haar aanpak, gezien als een voorbeeld, zowel nationaal als internationaal. De aanpak werd gekopieerd, maar of de aanpak ook werkte  is nooit vastgesteld. In 2011 werd in het rapport Antiterrorismemaatregelen in Nederland in het eerste decennium van de 21e eeuwgeconcludeerd dat de Nederlandse maatregelen goed hadden gewerkt. Dat was een beetje een vreemde conclusie, omdat het beleid maar zeer beperkt was geevalueerd.

Men kan eigenlijk niet bewijzen dat de Amsterdamse/ Nederlandse aanpak heeft gewerkt, maar evenmin dat het niet heeft gewerkt.

Syriëgangers

Aanvankelijk leek het aantal Syriëgangers uit Amsterdam mee te vallen. Ze leken vooral te komen uit gemeenten waar geen antiradicaliseringsbeleid was gevoerd. Dit voedde de hypothese dat er dankzij het antiradicaliseringsbeleid nu in bijvoorbeeld Amsterdam alerte professionals zijn.

Nu blijkt dat er toch Amsterdammers in Syrië zitten en dat er ook weer jongeren teruggekomen. Deze jongeren kunnen  informatie hebben die interessant kan zijn voor de evaluatie en eventueel de bijstelling van het Amsterdamse en nationale antiradicaliseringsbeleid. Bijvoorbeeld: zijn deze jongeren in contact gekomen met Amsterdamse anti-radicaliseringsprogramma’s? Waarom wel/niet? Uit welke stadsdelen zijn ze afkomstig? Op welke wijze, waar en door wie zijn ze geronseld?  In hoeverre hebben Amsterdamse moskeeen hierbij een stimulerende of juist een remmende rol gespeeld?

Moskeeen

Die laatste vraag is ook relevant gezien de kritiek die de gemeente Amsterdam, onder andere op dit blog op haar beleid kreeg van de onderzoekers Frank Bovenkerk en Floris Vermeulen (UvA) naar aanleiding van een internationaal vergelijkend onderzoek. Amsterdam had volgens deze onderzoekers een bijzondere positie door samen te werken met orthodoxe of (voormalig) radicale individuen en tegelijkertijd een moeizame relatie te hebben met de reguliere moskeeorganisaties. De onderzoekers pleitten voor meer samenwerking met moskeeen, omdat “de persoonlijke netwerken van de individuele, niet aan een organisatie verbonden sleutelfiguren uiteindelijk vaak te klein zijn en nog minder representatief dan de netwerken van organisaties binnen hun gemeenschappen.”

Dit leit tot vragen als: Wat vindt het nieuwe college van deze kritiek? Ziet het college bij de ontwikkeling van nieuwe instrumenten ook een rol voor moskeeen of andere maatschappelijke organisaties?

Nieuwe instrumenten, nieuw beleid?

De burgemeester biedt in zijn brief overigens wel openingen voor nieuw beleid. Hij schrijft: “Recente ontwikkelingen op het gebied van radicalisering zoals uitreizigers en terugkeerders maakt dat wij bezien of aanvullende instrumenten nodig zijn. Ook is de gemeente Amsterdam constant bezig met het ontwikkelen en vernieuwen van instrumenten. Dit doen wij ondermeer door het organiseren van expertmeetings, overleg met andere gemeenten en in samenwerking met de NCTV.”

Ik ben benieuwd wat hier uit zal komen en wat de nieuwe instrumenten van de gemeente zullen zijn.

Of Amsterdam genoeg doet, kan ik niet beoordelen. Het is, zoals Mohamed Azahaf zei, misschien wel nooit genoeg.

Het bericht in Het Parool en de brief van de burgemeester hebben mij nog niet gerust gesteld. Het college heeft geen extra budget vrijgemaakt voor dit onderwerp. Ik hoop dat de gemeente Amsterdam met hetzelfde budget een volgende keer effectiever kan reageren wanneer een ongeruste ouder of een jongerenwerker als Fatima Zohra-Hadjar melding komt doen van een radicaliserende jongere. Nog beter zou het zijn wanneer deze radicalisering voorkomen wordt door preventief beleid.

Dit artikel verscheen eerder op Republiek Allochtonie. 

Meer over radicalisering op mijn weblog hier en op Republiek Allochtonië hier

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s