Salafisme en hyperventlatie

Naar aanleiding van het jaarverslag van de AIVD, waarin werd gerept over subsidies aan salafistische organisaties, heeft de Asmetrdamse CDA-fractie gevraagd in de hoofdstad de brochure ‘Facadepolitiek van salafistische organisaties’ te gaan gebruiken. Deze brochure biedt weinig handvatten, versterkt vooral wantrouwen en draagt niet bij aan een zakelijke benadering van het salafisme.

Het dagblad Spits kopte afgelopen vrijdag ronkend ‘ subsidie voor moslimextremisten’. Daaronder stond een schema dat suggereerde dat de  Amsterdamse, salafistische El Tahweed moskee verbonden is met 12 dochterinstellingen met imam Mahmoud El Shershaby als sleutelfiguur. Kop en illustratie suggereerden een hoop, maar in het artikel werd op geen enkele wijze hard gemaakt dat er in dit geval sprake is van subsidie voor extremisten. Sterker, de redactie had bij El Shershaby een foto gegoogled van een onbekende man en blijkbaar ook gemist dat El Shershaby een jaar geleden uit zijn functies is ontheven en naar Egypte is vertrokken.

Bewijzen werden er niet geleverd, maar het beeld was duidelijk: er wordt subsidie gegeven aan extremisten bij de El tawheed moskee en 12 dochterinstellingen.

Vragen CDA

Het bericht van Spits kwam niet uit de lucht vallen. Het Amsterdamse CDA raadslid Marijke Shahsavari-Jansen had een week eerder schriftelijke vragen gesteld aan het College over mogelijke subsidies aan salafistische en andere radicaal-islamitische organisaties.

Dat deed ze naar aanleiding van het jaarverslag van de AIVD, waarin de veiligheidsdienst meldt dat salafistische en andere radicaal-islamitische organisaties op professionele wijze aanspraak weten te maken op subsidiegelden “voor bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, culturele en sportieve evenementen of sociaal-maatschappelijke hulpverlening.”

Subsidie aan salafistische organisaties

Doen salafistische organisaties die op’ professionele wijze aanspraak maken op subsidiegelden’ iets illegaals?

Nee, het is hun goed recht. Een lokale overheid kan uiteraard met goede redenen dergelijke aanvragen weigeren, maar kan ook besluiten wel een subsidie te geven. De scheiding van kerk en staat hoeft de overheid er niet van te weerhouden om religieuze organisaties te subsidiëren en dat gebeurt dan ook volop. Uit een recent onderzoek in opdracht van Forum blijkt dat vooral protestant-christelijke organisaties (37%) subsidies van gemeenten krijgen, gevolgd door rooms-katholieken, humanisten en moslims (13%).

Of deze organisaties een vrijzinnige of orthodoxe versie van hun geloof aanhangen, mag voor de overheid, juist vanwege de scheiding van kerk en staat, geen relevant gegeven zijn. Een neutrale overheid heeft immers geen voorkeur voor welke religie dan ook. Wel relevant is of met de gesubsidieerde activiteiten uitvoering wordt gegeven aan overheidsbeleid. Wanneer er bijvoorbeeld hulpverlening aan drugsverslaafden wordt geboden, zou dit subsidiabel kunnen zijn, of deze voorlichting nu wordt geboden door een salafistische stichting, het Leger des Heils, Youth for Christ of het Joods Maatschappelijk Werk.

De subsidiering van orthodoxe organisaties wordt wel problematisch wanneer met de subsidie de wet wordt overtreden, denk bijvoorbeeld aan artikel 1 (discriminatie van bijvoorbeeld vrouwen of homo’s) of wanneer er sprake is van een bedreiging van de veiligheid.

Da’wa

Een andere reden om subsidie aan salafisten te weigeren is wanneer de gesubsidieerde activiteiten direct met geloofsbeleving te maken hebben. Bijvoorbeeld wanneer er evangelisatie, da’wa zo u wilt, plaats vindt met subsidiegeld. Dan wordt de scheiding van kerk en staat wel met voeten wordt getreden. Hiervan is volgens de AIVD bij sommige salafistische organisaties sprake. Zo schrijft de AIVD: “In sommige gevallen worden deze gelden gebruikt om het salafitische gedachtegoed te verspreiden.”

Het CDA gemeenteraadslid Shahsavari heeft nu samen met duo-raadslid Boomsma het Amsterdamse college gevraagd om te onderzoeken of er in de stad inderdaad organisaties zijn die subsidie aanvragen onder het mom van sociaal-culturele doeleinden, maar in werkelijkheid die gelden misbruiken om een salafistische boodschap te verspreiden.

De vragen van Shahsavari en Boomsma zijn een logisch vervolg op de tamelijk vage bewering van de AIVD dat er in “sommige gevallen” misbruik wordt gemaakt van deze gelden. Doordat de AIVD niet aangeeft om hoeveel organisaties het gaat en deze organisaties ook niet met naam en toenaam noemt, heeft de dienst alle salafistische organisaties verdacht gemaakt.

Brochure facadepolitiek salafistische organisaties is een gedrocht

Het Amsterdamse CDA wil ook weten of de gemeente en de Amsterdamse stadsdelen gebruik maken van de brochure Wegwijzer Façadepolitiek salafistische organisaties die in 2009 door het ministerie van Binnenlandse Zaken is uitgebracht.

Deze brochure is een gedrocht en biedt op geen enkele manier handvatten om façadepolitiek te herkennen. Het salafisme wordt beperkt gedefinieerd zonder aan te geven dat er binnen het salafisme verschillende stromingen bestaan , variërend van volstrekt apolitieke orthodoxe gelovigen die zich verre houden van de overheid tot meer politieke en uiteindelijk jihadistische stromingen.

Verder wordt de indruk gewekt dat salafisten  (mannen en vrouwen) gemakkelijk herkenbaar zouden zijn. Zo lezen we op bladzijde 4: “In de media en op straat is vaak duidelijk zichtbaar dat men te maken heeft met salafisten.” Het staat er echt. Helaas wordt verder niet aangegeven waaraan de salafisten dan te herkennen zouden zijn.

Ook lezen we: “Om façadepolitiek door salafistische organisaties goed te kunnen onderkennen is het vooral van belang om informatie over een bepaalde organisatie te beoordelen op consistentie en op signalen die duiden op een salafistische achtergrond.”

Vervolgens zou je verwachten dat er signalen beschreven worden die zouden kunnen duiden op een salafistische achtergrond. Niets daarvan. Ook bij de beschrijvingen van de overigens niet verifieerbare praktijkvoorbeelden (meer dan de helft van de brochure)  staat, let wel,  geen enkel voorbeeld van een salafistische organisatie.

Bijna hilarisch wordt het wanneer de brochure voorbeelden geeft van signalen van façadepolitiek. Ik citeer:

“•   Een organisatie zegt open te zijn en niets te willen achterhouden: iedereen die de organisatie wil bezoeken wordt graag ontvangen. Men is echter alleen welkom op afspraak, en als medewerkers van de gemeente onverwacht op bezoek komen worden zij niet binnengelaten.

•    Een organisatie zegt graag samen te werken met andere partijen in de lokale omgeving, maar van samenwerking blijkt geen sprake. De organisatie wil vooral macht en probeert andere partijen buitenspel te zetten.

•    Een organisatie wil graag activiteiten ontplooien, maar wil hierbij niet samenwerken met andere islamitische organisaties.

•   In interviews laat een organisatie regelmatig blijken dat zij de democratische waarden en normen accepteert. Op een internetforum laten vertegenwoordigers van de organisatie in een ‘vraag- en antwoordrubriek’ dit echter niet blijken.

•    Een organisatie wil graag subsidie van de gemeente ontvangen, maar blijkt geen of slechts summier inzicht te willen geven in de financiële situatie van de organisatie. Ook wil of kan de organisatie geen verantwoording afleggen over de ondernomen activiteiten.

•    Een organisatie ontplooit verschillende activiteiten, maar heeft eigenlijk geen oog voor de resultaten. Het blijkt vooral te gaan om positieve reacties in de media en in de lokale omgeving ter versterking van de eigen machtspositie.”

Ik werk inmiddels ruim twintig jaar met autochtone en allochtone vrijwilligersorganisaties, ook met salafisten, en kan u vertellen dat er tal van organisaties zijn, allochtoon en autochtoon, religieus en seculier, die veel signalen van façadepolitiek vertonen. Sterker, ook diverse professionele organisaties, bedrijven en zelfs sommige politieke partijen scoren flink op meerdere signalen.

Tot slot

Ongenuanceerde publicaties als die in Spits of de brochure van het ministerie van Binnenlandse Zaken dragen hebben weinig toegevoegde waarde. Ze dragen vooral bij aan een sfeer van ongefundeerd wantrouwen en leiden tot hyperventilerende politici en publicisten, die al snel de volgende gelijktekens plaatsen:  moslim = orthodoxe moslim = salafist = terrorist.  Lekker simpel en bijzonder effectief wanneer je burgers bang voor elkaar wilt maken.

Nog gemakkelijker is het om te beweren, zoals sommigen doen, dat alle moslims, shi’ieten en soennieten aan taqqiya doen. Taqiyya is een shiitisch concept dat moslims toestaat ten opzichte van niet-moslims hun geloof te verbergen of te liegen wanneer ze bedreigd worden. Wanneer je wilt geloven dat alle moslims leugenaars zijn, ben je snel klaar.

Misschien is het constructiever af te gaan wat er bekend is op basis van onderzoek. Zo maakten de onderzoeken die het IMES deze week publiceerde over salafisme en orthodoxe islam duidelijk dat beiden niet tot extremisme leiden. Sterker, volgens de onderzoekers van het IMES zouden de salafistische organisaties juist een buffer tegen radicalisering vormen. Dit ligt in lijn met het  laatste jaarverslag van de AIVD waarin wordt geconcludeerd dat salafistische moskeeën zich openlijk uitspreken tegen geweld in naam van de islam en dat de grote salafistische centra geen broedplaatsen van extremisten zijn.

Volgens de AIVD zijn er zo’n 30.000 salafisten in Nederland. Zij vormen een onderdeel van een heterogene groep streng orthodoxe moslims (dat zijn dus niet alleen salafisten) die volgens het IMES uit 53.000 mensen bestaat, 8% van de Nederlandse moslims. Samen kunnen ze de Amsterdam Arena vullen, maar in vergelijking met de 164.000 SGP-stemmers is het een kleine groep.

Deze streng orthodoxe moslims hebben over bepaalde zaken, zoals de positie van de vrouwen of van homo’s, opvattingen die haaks staan op die van het merendeel van de Nederlanders. De salafi die volgens ‘de’ regels wil leven, integreert slecht en kiest voor een marginale positie in de samenleving, waarbij de positie van vrouwen meestal nog marginaler is dan die van mannen.

Dat kunnen we met reden niet leuk vinden, maar het kan in Nederland, wanneer men er vrijwillig voor kiest, dankzij de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Binnen de kaders van de wet zijn ze vrij om  hun geloof te beleven, zoals het anderen vrij staat hen te bekritiseren, wat onlangs de Amsterdamse GroenLinks wethouder Andree van Es deed toen ze de bewegingsvrijheid van orthodoxe islamitische vrouwen aan de orde stelde.

Mocht een locale overheid besluiten een salafistische groepering te subsidieren, dan dient ze even kritisch naar de besteding van deze subsidie te kijken als ze dat bij andere (religieuze) organisaties doet. En mochten politie of veiligheidsdiensten op onregelmatigheden, criminele of extremistische activiteiten stuiten, dan dienen deze diensten handelend op te treden. Daar zijn ze immers voor.

Misschien is het goed wanneer we wat minder snel gaan hyperventileren zodra het woord salafisme valt. Diep ademhalen en nuchter blijven nadenken is zinvoller. Dat is beter dan het zonder bewijs zaaien van argwaan en wantrouwen met flutbrochures of artikelen zoals in Spits.

Meer over radicalisering hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s