“Amsterdam dreigt zijn tolerante ziel te verliezen”

In het kader van een onderzoek naar multicultureel onbehagen in Amsterdam interviewde ik een jaar geleden een 42-jarige fragiele en nichterige homo die serieus overweegt om bij de landelijke verkiezingen op de PVV te stemmen: Tim, een portret.

Tim werd in mei ’68 (“symbolischer kan niet’) geboren in een klein dorp bij Goes als oudste van een gezin van vier kinderen. Zijn ouders waren streng gereformeerd, zijn vader was actief in het bestuur van de lokale kerk.

Tim was 14 en zat op het VWO in Goes toen hij besefte dat hij homoseksueel was. Omdat hij wist dat zijn ouders homoseksualiteit niet accepteerden, hield hij zijn geaardheid lange tijd verborgen. Dat leidde er  toe dat hij steeds depressiever werd. Ook gingen zijn prestaties op school achteruit, zodat hij moest overstappen naar de HAVO. Toen hij 16 was had hij na een avondje stappen thuis zijn coming out. Daarna brak de ‘hel”  los. “Mijn vader heeft sinds die dag niet meer met me gesproken, m’n moeder probeerde me om te praten. Ze dacht dat ik geestelijk ziek was en zag mijn homoseksualiteit als een gevolg van mijn depressiviteit in plaats van andersom.” Ze stuurde Tim naar de dominee en daarna naar de psychiater. Tim werkte mee, tegen beter weten in, ‘uit een soort schuldgevoel’.

Toen hij zijn HAVO-diploma had gehaald vluchtte hij naar Amsterdam. “Amsterdam was voor mij de beloofde stad. Daar kon ik mezelf zijn en mensen met een vergelijkbare achtergrond en interesses ontmoeten.” Na twee dagen stond hij al op de stoep bij het COC en na een maand woonde hij samen met een man van 50 in de Concertgebouwbuurt. “Hij gaf me de ruimte om te zijn wie ik was, hij pronkte met me en had me na twee dagen al meer complimenten gemaakt dan ik ooit van mijn ouders had gehad.”
Zijn vriend onderhield hem, terwijl Tim het huishouden deed. “Ik wist niet wat ik wilde studeren. Begon steeds aan wat, maar maakte het nooit af. Misschien was het scheve relatie, en ongetwijfeld zal ik onbewust een vaderfiguur hebben gezocht, maar ik voelde me wel heel veilig. Die veiligheid had ik nodig om uit te vinden wie ik was.”

Zo ontdekte Tim dat hij zich het lekkerste voelde in een nichterige rol. “Ik vind het fijn me zo te gedragen. Het geeft me een bepaalde  lichtheid en vrolijkheid in het leven.”

Met zijn ouders had Tim amper contact. “Ik heb nog steeds wel eens het gevoel gehad dat mijn vader en God over mijn schouder meekijken. Ik geloof niet meer. Maar ik heb een paar vrienden aan aids en kanker verloren en ik heb me tijdens hun sterfproces nog wel eens wanhopig afgevraagd of het een straf van God was.”

Na vijf jaar ging de relatie uit en moest Tim een eigen woning zoeken en ging hij studeren (“verpleging –  waarschijnlijk vanwege de aidsgevallen in mijn omgeving”). Hij kwam terecht in de Indische Buurt. Daar en via zijn stages, maakte hij kennis met verschillende etnischegroepen. Aanvankelijk verliep dat positief. “Ik was geïnteresseerd in andere culturen en zag die mensen als “collega-minderheden” alsof er sprake zou moeten zijn van een vanzelfsprekende solidariteit. Ik besefte wel dat ik niet aan hun norm voldeed en dat de mensen me eigenaardig vonden. Dat vond ik prima. Zolang ze mij accepteren zoals ik ben, wil ik hen ook accepteren met hun eigenaardigheden. In grote delen van christelijk Nederland kon ik me niet gedragen zoals ik wilde, in Amsterdam kon dat wel.”

De eerste allochtone buren waren vluchtelingen, seculier en ze hielden van een feestje. Verder deelde hij de trap met een Turks gezin dat hem altijd vriendelijk groette op de trap.

De islam was voor hem gelijkwaardig aan het christendom (” de meeste mensen doen er weinig aan en alle geloven hebben wel wat idiote fanatiekelingen”). Stemmen deed hij meestal niet (“ik vergat het vaak, had andere dingen aan m’n hoofd”), maar als hij stemde deed hij dat meestal op personen (bijvoorbeeld Boris Dittrich) en minder op partijen. “Ik denk dat ik sociaal-liberaal was. Ik had sympathie voor opvattingen van D66, de VVD en Groenlinks.”

In de loop van de jaren 90 veranderde hij van opvatting over de multiculturele samenleving. De Indische Buurt werd steeds ‘zwarter’, er kwamen steeds meer hoofddoeken en mannen met islamitische baarden. Veel van de vertrouwde winkels verdwenen en werden vervangen door winkels met allemaal hetzelfde aanbod, vaak in een andere taal.  Tim werd steeds meer geconfronteerd met mensen die hem negeerden of met een boog om hem heenliepen. Steeds vaker werd hij ook geconfronteerd met agressie. “Dan scholden ze me uit of spuugden naar me. Ik merkte dat ik me op straat daardoor minder nichterig ging gedragen.”

Tim voelde zich steeds minder geaccepteerd, had steeds minder het gevoel dat hij zich kon gedragen zoals hij zich wilde gedragen. Hij verhuisde naar Osdorp, maar kwam ook daar in een huizenblok waar conservatieve gezinnen zijn buren werden.

Hij had aanvankelijk de hoop dat de tweede generatie migranten, geboren en getogen in Nederland, zich ook ‘Nederlandser’ en toleranter zouden gaan gedragen dan hun ouders, maar dat doen ze in zijn ogen niet. “Natuurlijk ze spreken beter Nederlands, ze hebben meer opleiding gehad dan hun ouders, maar ze zijn vaak religieuzer, conservatiever en minder tolerant.” Bovendien heeft Tim het gevoel dat ze als moslim “zelfbewuster zijn geworden omdat ze in de meerderheid zijn.”

Volgens Tim zijn de moslims steeds nadrukkelijker aanwezig in hetmaatschappelijk leven. “Ze eisen steeds meer voor zich op, je ziet ze meer op straat, er zijn islamitische scholen gekomen, moskeeen, omroepen en we hebben nu zelfs bestuurders met hoofddoekjes en in Marcouch iemand die islamlessen op openbare scholen wil laten geven. Christelijke feestdagen worden vervangen door islamitische feestdagen.En van de linkse partijen, die ik nu vaker de ‘linkse kerk’ noem, moeten we het allemaal als een verrijking zien. Diversiteit, ik kan hetwoord niet meer horen. Flikker op. Er is juist steeds minder diversiteit. Ja, diversiteit aan hoofddoeken, ammehoela!”

In 2004 en 2006 is Tim in elkaar geslagen door jongeren met een Marokkaans uiterlijk. Het gebeurde één keer in het Westerpark en één keer in de binnenstad. “Je begrijpt dat ik daardoor niet meer neutraal over Marokkanen kan praten. Het zijn er in sommige buurten teveel geworden. In Zeeland moeten ze ook niet veel van homo’s hebben, maar ik heb toch het gevoel dat ik me daar vrijer kan bewegen dan hier. Ik ben bang geworden en vooral bang voor Marokkanen. Ik probeer ze te vermijden.”

Amsterdam, eens de beloofde stad is volgens Tim een plattelandsdorp geworden. In de binnenstad en in homokroegen voelt hij zich nog redelijk vrij, maar daarbuiten is de stad in zijn beleving overgenomen door buitenlanders. Ook op zijn werk wordt hij steeds meer geconfronteerd met ‘achterlijkheid’. Eerst kregen we steeds meerislamitische patiënten en nu komen er steeds meer islamitische collega’s. “Als autochtonen zijn we gelukkig nog wel in de meerderheid.”

De stad is in zijn ogen minder tolerant geworden. “Amsterdam dreigt zijn tolerante ziel te verliezen.”

Tim wil benadrukken dat hij een onderscheid wil maken tussen mensen als individu en mensen als groep. “Op individueel niveau vind ik de meeste mensen wel aardig. Zolang ze mij accepteren, wil ik hen ookaccepteren.” Tegelijk wil hij dat de mensen zich meer aanpassen. Zijn grote angst is dat de stad steeds verder islamiseert. De gemeente moet,vindt hij, pal staan voor Nederlandse waarden.

Tim weet niet wat hij bij de volgende verkiezingen zal gaan stemmen. Hij vindt het goed dat Geert Wilders zo tekeer gaat tegen de islam en vecht voor de vrijheid van meningsuiting. “Het is toch van de gekke dat we wel grappen mogen maken over Jezus en niet over Mohammed?”
Tegelijkertijd vindt hij Wilders soms simplistisch, te grof en maakt hij teveel van alles een karikatuur. “Nu worden alle buitenlanders moslims en zijn alle moslims meteen terroristen. Ik snap best dat je daar een heleboel mensen mee tekort doet.”

Persoonlijk voelt hij meer sympathie voor Rita Verdonk, die ook duidelijk stelling nam voor de Nederlandse waarden, maar hij denkt dat haar rol is uitgespeeld. “Liever een stem voor een sterke Wilders dan voor Rita in de marge.”

Inmiddels woont hij drie jaar -binnen de ring- in West, samen meteen jongen uit een Scandinavisch land. Hij heeft prettige buren uit Zuid-Amerika en Nederlanders. Op den duur hoopt hij naar het centrum te verhuizen, maar hij zou ook wel naar San Francisco willen gaan.

Deze tekst is een verslag van het gesprek dat ik in februari 2009 met Tim had. Voor het onderzoek gebruikte ik vragenlijsten. In overleg met Tim heb ik ook deze uitgewerkte versie geschreven. Tim is een gefingeerde naam. Meer over het onderzoek naar multicultureel onbehagen hier.
Het artikel past in een reeks artikelen die ik eerder over de PVV en de PVV-stemmer heb geschreven op dit weblog, het Allochtonenweblog en joop.nl. Zie bijvoorbeeld PVV-stemmer verdient een betere partij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s