Over het ontslag van Tariq Ramadan

Toch nog even over Tariq Ramadan en zijn ontslag door de gemeente Rotterdam en de Erasmusuniversiteit. De wijze waarop het Rotterdamse bestuur en de universiteit de hoogleraar aan de kant hebben geschoven, was stijlloos. Dat de Erasmusuniversiteit afstand van hem heeft gedaan is onterecht, maar in de gemeente Rotterdam was de positie van Ramadan onhoudbaar geworden.

De reden voor het ontslag van Ramadan was formeel zijn werk voor de door Iran gefinancierde satellietzender Press TV. “Het buitensporige geweld van deze regering tegen demonstranten (onder wie veel studenten) in juni, was aanleiding voor een aantal journalisten om hun banden met deze zender te verbreken” aldus Grashoff (GroenLinks) namens het Rotterdamse College in de Volkskrant. Ramadan had dat ook moeten doen, maar de hoogleraar wilde bedenktijd en kreeg die van het Rotterdamse college niet.

Boycot
Nou valt er best wat te zeggen voor het standpunt van het Rotterdamse gemeentebestuur. Ramadan had door ontslag te nemen een statement kunnen maken en afstand kunnen nemen van het Iraanse regime. Hij had op die manier duidelijk gemaakt dat hij op geen enkele manier geassocieerd wil worden met een land dat het niet erg nauw neemt met de mensenrechten. Een vergelijkbare redenering volgend zou het College van Rotterdam consequent en principieel het besluit kunnen nemen alle banden met Iran stop te zetten en tevens andere regimes te boycotten waar op grove wijze de mensenrechten worden geschonden.

Toch, wanneer Tariq Ramadan zijn ontslag had genomen bij Press TV, was dit vooral een signaal geweest aan zijn (vele) westerse critici; op de situatie in Iran had het geen enkel effect gehad.

Tariq Ramadan denkt zelf dat hij meer invloed op de situatie in Iran kan uitoefenen door aan te blijven, dan door ontslag te nemen bij Press TV. Van binnenuit kun je volgens hem soms meer bereiken. Ook voor zijn argument valt wat te zeggen. Zolang hij in dienst is van Press TV heeft Ramadan een kanaal om een positieve invloed uit te oefenen, wanneer hij ontslag neemt, is zijn rol uitgespeeld. In die zin mag het opvallend genoemd worden dat ook een groep Iraanse Nederlanders, die hier ooit als vluchteling zijn gekomen, het in een brief voor Tariq Ramadan opnemen.

Stijlloos ontslagen
Ramadan had over zijn werk voor Press TV graag met de gemeente willen praten”, zegt hij in de Volkskrant, maar die dialoog werd hem niet gegund. De zure conclusie is dat Tariq Ramadan, aangesteld om de dialoog te bevorderen, zonder enige vorm van dialoog werd ontslagen. Sterker, Ramadan moest het ontslag van journalisten vernemen en kreeg het niet rechtstreeks te horen van Groenlinks wethouder Grashof, die Ramadan niet te pakken kreeg vanwege ‘storing op de lijn’. Volgens Grashof heeft Ramadan te weinig politiek inzicht en in de Volkskrant verklaart de wethouder cynisch genoeg over Ramadan: “Als hij empathischer was geweest, had hij meer kans gehad.”

De gemeente Rotterdam en de Erasmusuniversiteit hebben Ramadan ontslagen, stijlloos, zonder dialoog en met flinterdunne argumenten. Het is niet vreemd dat de armoedige wijze waarop Ramadan de wacht isaangezet, het vermoeden sterkt dat het ontslag van Ramadan vooral isingegeven door het gegeven dat hij al langere tijd een omstreden figuurwas. Zijn werk voor een Iraanse tv-zender werd gebruikt alsstok om de hond te slaan. Dat schrijven Mohammed Benzakour en 12anderen (zie hier).

Het verweer van Grashof dat de ‘hetze’ tegen Ramadan geen enkele rol heeft gespeeld, klinkt niet erg geloofwaardig. Waarschijnlijker is dat het politieke draagvlak om Ramadan te handhaven nihil was geworden.

Omstreden
Tariq Ramadan was bij zijn aanstelling al omstreden en het verzet tegen zijn aanstelling groeide ook daarna. In april raakte hij in opspraak naar aanleiding van een artikel in de Gaykrant wegens veronderstelde homofobe uitspraken. Na een verhit debat in de gemeenteraad, mocht hij blijven; twee VVD-wethouders stapten hierna op. Aboutaleb liet destijds duidelijk weten met het contract in zijn maag te zitten: “We kunnen deze constructie uitzitten, maar mijn advies zou zijn: nooit meer.”

Tegenover de Volkskrantliet Ramadan weten dat hem in mei door deErasmus Universiteit Rotterdam (EUR) te verstaan werd gegeven datburgemeester Aboutaleb definitief een einde wilde maken aan hetpolitieke tumult rond hem. Tijdens een gesprek met rector StevenLamberts werd Ramadanerteld dat hij bij de EUR kon blijven en tegelijkaan deslag kon gaan bij de imamopleiding van de VU in Amsterdam, wanneer hij bijde gemeente Rotterdam zou vertrekken. Lamberts erkent dat dit gesprekheeft plaats gevonden, maar ontkent dat Aboutaleb er enigebetrokkenheid bij had.

Volgens Carel Brendel had Ramadan nooit mogen worden aangesteld vanwegezijn familiale banden met de Moslim Broederschap, zijn (vermeende)homofobe uitspraken, zijn vage uitspraken in een debat met Sarkozy overlijfstraffen en zijn Gebed voor Palestina. Het is een bekend rijtje, dat door verschillendeRamadancritici al is herhaald, en dat door Tariq Ramadan grotendeelswordt weersproken of ontkend. Het merendeel van de criticasters van Ramadan baseertzich meestal op slechts tweepublicaties die over Ramadan zijn verschenen: het vernietigende boek Freire Tariq (2004) van Caroline Fourest en naar de 40 reasons why Tariq Ramadan is a reactionary van de marxist Yves Coleman. Het boek van Fourest zou volgens Ramadan meer dan 200 feitelijke onjuistheden bevatten.

Academische vrijheid
Dat zijn familieleden relaties hebben (gehad) met de MoslimBroederschap vindik volstrekt irrelevant en dat hij er conservatieve opvattingen opna houdt, hoeft geen enkel bezwaar te zijn voor een wetenschappelijkefunctie. Wanneer Ramadan moeite heeft met homoseksualiteit, zal hij in academisch Nederland niet de enige zijn. Terecht stellenacademici van de Erasmusuniversiteit daarom in hun protestbrief in het NRC:„Inplaats van hem te ontslaan […] moeten we met hem in debat gaan:zo hoort dat in een intellectuele gemeenschap als een universiteit.”

Volgens de academici komt door het ontslag van Ramadan de academischevrijheid in het gedrang. Nou is de academische vrijheid van een streng gelovige wetenschapper al minder dan van een wetenschapper die niet beperkt wordt door religieuze of ideologische dogma’s. De ideale wetenschapper moet immers iedere waarheid ter discussiekunnen stellen en zich zoveel mogelijk baseren op controleerbarefeiten. Een wetenschapper die dogmatisch zijn geloof of zijn ideologie boven de wetenschap plaatst, is al snel een gehandicapte wetenschapper.
Evengoedkan een gelovige die zich bij de uitoefening van zijn geloof strikt wil houden aan de interpretatie van oude religieuze teksten, moeilijkeen hervormer zijn. Hij kijkt slechts achteruit en klampt zich vast aanbelegen teksten die in een compleet andere historische en sociologischecontext zijn ontstaan. Zie in dit verband ook het heldere artikel vanFouad Laroui in de Volkskrant van 29 augustus, die bepleit dat Tariq Ramadangeen hervormer, maar een islamist is.

Ideale bruggenbouwer?
In een debat over islam, of breder over religie of normen en waarden,kan Tariq Ramadan een belangrijke rol vervullen. Als intellectueel kanhij spreekbuis zijn voor grote groepen (hoog opgeleide) traditioneeldenkende moslims één tegelijkertijd kan hij een gewaardeerdegesprekspartner zijn voor westerse intellectuelen. In die zin, maar ookomdat Tariq Ramadan altijd bereid is tot debat, is Ramadan zeker eengoede een bruggenbouwer en zou hij van harte welkom moeten zijn op de universiteit, dus ook op de Erasmusuniversiteit.

Of hij ook de ideale bruggenbouwer en integratieadviseur voor de gemeente Rotterdam was, is een andere vraag. JoeriBoom concludeert in een sterk artikel in de Groene Amsterdammer dezeweek dat er nog maar weinig redenen waren om Ramadan in dienst tehouden. De gemeente had hem niet alleen aangesteld om deel te nemen aandiscussiebijeenkomsten, maar ook om ‘handvatten en adviezen’ aan te reiken ‘voor het stimuleren van burgerschap in de stad’. Het was slechts een nevendoel om de expertise van Ramadan op het gebied van de islam te benutten in de discussies. Maar het pakte anders uit.
Boom schrijft dat Ramadan het goed deed op bijeenkomsten over de islam, die vooral werden bezocht door studenten en integratiedeskundigen. Maar de laagopgeleide migranten uit grotegezinnen, die hun plek niet vinden, die moeite hebben met kinderen ofmet kwesties als homoseksualiteit, bereikte hij niet. De effecten vanhet programma waren moeilijkmeetbaar, de kosten warenhoog en van de vier adviezen die Ramadan zou uitbrengen,werd er slechts één in de vorm van een rapport (over educatie)gepubliceerd. Tijdens het raadsdebat in april bleek al volgens Boom datvrijwel niemand tevreden was over het programma en de rol van Ramadan. Niet alleen uit ideologische redenen was er weinig steun over voor Ramadan.

Het is daarom achteraf gezien een verkeerde beslissing geweest vanRotterdam om Tariq Ramadan aan te stellen als bruggenbouwer ofintegratieadviseur. Ook de combinatie van bruggenbouwer in dienst van een lokale overheid en onafhankelijk wetenschapper is verre van ideaal.
Tariq Ramadan hoort thuis in het academische debat,maar is minder geschikt als lokale bruggenbouwer. Daarvoormoet je waarschijnlijk eerder mensen hebben die de taal spreken en hun achterban en rootshebben in de stad. Hoogleraar integratie Rinus Penninx hierover in de Groene: “Je kunt iemand als Ramadan nietsuccesvol inzetten zonder lokale ankers. De Rotterdamse manier is bepaald geen ideale constructie.”

Laat Tariq Ramadan nog vaak naar Nederland komen. Nodig hem uit voor lezingen en vooral voor het debat, maar zet hem niet meer in als lokale bruggenbouwer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s