Scheiding van kerk en staat in Amsterdam (verslag debat)

Lai
Op 29 oktober zal in de Amsterdamse gemeenteraad gestemd
worden over de beleidsnotitie van het College van B en W over de
scheiding van kerk en staat. Het is nog spannend of het Amsterdamse
stadsbestuur voldoende steun voor deze notitie zal krijgen. Vooralsnog
lijkt het alsof de Amsterdamse PvdA-fractie de notitie niet unaniem zal
gaan steunen. Dat is de belangrijkste politieke conclusie die kan
worden getrokken na het debat dat Emcemo, HTIB, Argan en ACB
Kenniscentrum op 26 september organiseerden over de scheiding van kerk
en staat in Amsterdam.

PvdA-raadslid Frank De Wolf verklaarde tijdens het debat dat een deel van zijn fractie moeite houdt met de in de notitie geïntroduceerde visie van compenserende neutraliteit,
waarmee het gemeentebestuur de mogelijkheid open wil houden om in
uitzonderlijke gevallen een bepaalde religieuze groep meer te
ondersteunen dan een andere. Het Amsterdamse College van B en W wil
deze mogelijkheid hebben in bijzondere omstandigheden of wanneer sprake
is van een historische of structurele ongelijkheid die rechtgetrokken
dient te worden. Maar volgens De Wolf staat extra steun aan een
specifieke groep al snel op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel
en komt het ook de emancipatie niet ten goede. Daarnaast is het volgens
De Wolf riskant geld te geven aan religieuze instellingen. Lang niet
alle gelovigen in Amsterdam zijn namelijk bij een religieuze
organisatie aangesloten. Niet iedereen bidt in een kerk of een moskee.

Coalitiegenoot Judith Sargentini (GroenLinks) zal
de notitie wel steunen. Zij benadrukte tijdens het debat in Argan dat
zij zelf weliswaar behoort tot de afdeling ‘religie is opium van het
volk’, maar dat het past in de Nederlandse traditie om steun te geven
aan religieuze genootschappen, zolang de overheid zich maar niet met de
religieuze kerntaken bemoeit. Extra steun voor groepen die
achterblijven kan volgens haar soms noodzakelijk zijn. Sargentini meent
dat de keuze voor een compenserende neutraliteit eigenlijk een
voortzetting van staand beleid is. Net als Sargentini liet ook Ivar Manuel, fractievoorzitter van D66, weten te kiezen voor een pragmatische aanpak en het college te zullen steunen.

Scheiding kerk en Staat

Het goed bezochte debat in jongerencentrum Argan, dat werd geleid door Miep van Diggelen (ACB Kenniscentrum) illustreerde dat de discussie over de scheiding van kerk en staat actueel is, maar ook gecompliceerd.
In Amsterdam werd de kwestie volgens inleider Joris Rijbroek,
ambtenaar van de gemeente Amsterdam, actueel na discussies over de
subsidiëring van het debatcentrum Marhaba, de verkapte lening die de
gemeente aan Milli Görüs verstrekte voor de bouw van de Westermoskee en
een discussie die werd gevoerd over subsidiëring van het
Pinksterfestival. De scheiding van kerk en staat is volgens Rijbroek
voor een gemeente bijvoorbeeld ook aan de orde wanneer er wordt
samengewerkt met moskeeorganisaties om mogelijk ontsporende of
radicaliserende jongeren weer op het rechte spoor te krijgen.

De discussie over de scheiding van kerk en staat is van alle tijden,
maar gaat de laatste jaren vooral over de plaats van de islam in de
Nederlandse samenleving. Daarbij bestaat, simpel gesteld, een
spanningsveld tussen enerzijds Nederlanders die moslim zijn en
anderzijds Nederlanders die niet (meer) geloven. De eerste groep wil
zijn godsdienst zoveel mogelijk in vrijheid kunnen beleven, de tweede
groep wil zo min mogelijk beperkt worden door de religie van anderen en
wil religie daarom zoveel mogelijk buiten het publieke domein houden.
Hierbij wordt dan vaak gewezen naar het beginsel van de scheiding van
kerk en staat.

Wat houdt het beginsel van scheiding van kerk en staat in?

Politicoloog Marcel Maussen benadrukte in zijn
inleiding dat de scheiding van kerk en staat het product is van een
lange historische en institutionele ontwikkeling. Het is volgens hem
eigenlijk een afgeleide van andere rechtsbeginselen, waarvan het recht
op gelijke behandeling (van personen en groepen) en de vrijheid van
godsdienst de belangrijkste zijn. Bij die laatste vrijheid gaat het dan
onder andere om de gewetensvrijheid, uitingsvrijheid, de vrijheid om
een godsdienst alleen of samen met anderen in de openbaarheid te
belijden.

Scheiding van kerk en Staat betekent dat er in de verhouding tussen kerk en staat geen institutionele zeggenschap
over en weer mag zijn. De overheid mag de staat volgens eigen
inzichten, zonder zeggenschap van de kerken inrichten. De kerken zijn
vrij van overheidsinmenging bij de vormgeving van hun kerkelijke
organisatie en in de aanstelling van hun functionarissen.
Ook mag er geen rechtstreekse inhoudelijke zeggenschap zijn. De
overheid mag zich niet met de geloofsleer bemoeien. Omgekeerd hebben de
kerken geen formele positie in de publieke besluitvormingsprocedure en
kunnen aan het handelen van de overheid niet louter godsdienstige
maatstaven worden aangelegd.

Marcel Maussen attendeerde de aanwezigen er op dat het in de huidige
context relevant is dat religie zich de afgelopen decennia steeds meer
transnationaal georganiseerd heeft. Door migratie en nieuwe media
hoeven religieuze bewegingen zich niet veel meer van nationale grenzen
aan te trekken. De Nederlandse overheid kan besluiten zich afzijdig te
houden van bijvoorbeeld de islam, maar dat betekent niet dat andere overheden dat ook doen.

Volgens panellid Maurits Berger, Arabist en hoogleraar islam in
de westerse wereld, gaat de discussie over de scheiding van Kerk en
Staat in de praktijk vooral over de rol van de overheid. Het gaat
volgens hem zelden over de vraag of een kerk zich met ’s lands bestuur
mag bemoeien, maar veel meer over de mate waarin de staat zich met
religie mag bemoeien. Denk bijvoorbeeld aan financiële steun aan
religieuze organisaties en het tegengaan van radicalisering.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, verzet het beginsel van
scheiding van kerk en staat zich niet tegen samenwerking of
steunverlening aan religieuze instellingen. Overleg of dialoog tussen
overheid en religieuze organisaties is mogelijk evenals de subsidiëring
van maatschappelijke activiteiten van kerken c.q. organisaties op
religieuze, levensbeschouwelijke grondslag.

Cruciaal is het daarom in dit verband volgens inleider Marcel Maussen of je vindt dat er iets extra’s moet gebeuren voor een bepaalde gemeenschap op grond van het gelijkheidsbeginsel.

Amsterdamse notitie

Het Amsterdamse college van B&W heeft een bijzonder toegankelijke
notitie opgesteld waarin wordt beschreven hoe de gemeente Amsterdam als
overheid ten opzichte van het geloof en godsdiensten staat. Joris Rijbroek
benadrukte in zijn inleiding dat de notitie van de gemeente Amsterdam
vooral bedoeld was om een denkkader neer te zetten dat de komende jaren
als hulpmiddel kan fungeren bij het formuleren van het Amsterdamse
beleid.
In de notitie wordt een onderscheid geïntroduceerd tussen exclusieve
neutraliteit, inclusieve neutraliteit en compenserende neutraliteit.
Van exclusieve neutraliteit, waarbij religie niet wordt toegestaan in de publieke sfeer, is in Nederland geen sprake.
In Nederland domineert het inclusief neutrale overheidsbeleid,
waarbij de overheid verschillende geloofs- en levensbeschouwelijke
tradities in evenredigheid tegemoet komt. Deze interpretatie van het
beginsel van de scheiding van kerk en staat verzet zich niet tegen
financiële banden tussen kerk en staat. Het kan voorkomen dat de
overheid extra faciliteiten biedt, zolang de overheid zich maar
neutraal opstelt en opereert binnen de grenzen van het
gelijkheidsbeginsel en niet één religieuze groep voortrekt.

Volgens de Amsterdamse notitie kan de overheid in Nederland ook kiezen voor een compenserende visie op neutraliteit.
In dat geval kan de overheid een bepaalde religieuze groep meer
ondersteunen dan een andere, wanneer er sprake is van bijzondere
omstandigheden of van een historische of structurele ongelijkheid die
rechtgetrokken dient te worden. Subsidiëring van (de activiteiten van)
moskeekoepels en/of (migranten)kerken zijn volgens het Amsterdamse
college een instrument in deze maatschappijvisie om ongelijkheid weg te
nemen en iedereen, ongeacht religieuze of levensbeschouwelijke
achtergrond volwaardig deel te laten nemen aan de samenleving;
dergelijke subsidiëring kan ten goede komen aan de sociale cohesie
binnen de samenleving.
In haar notitie stelt de gemeente Amsterdam voor te kiezen voor een
inclusief neutraal overheidsbeleid, maar het gemeentebestuur wil bij
wijze van uitzondering de mogelijkheid hebben om te kiezen voor de
compenserende visie op neutraliteit. In dat geval is (extra)
subsidiëring van bijvoorbeeld islamitische organisaties mogelijk.
Volgens islamdeskundige Maurits Berger past het Amsterdamse
beleid in de trend van een toenemende overheidsbemoeienis met de islam
als religie. Als voorbeeld noemde hij in juli in het NRC de bemoeienis
met de islamitische inspraakorganen, maar ook het overheidsoptreden in
Amsterdam en Rotterdam tegen radicalisering van moslimjongeren.
Hiervoor worden volgens Berger imams, islamitische geleerden en
moskeeën ingeschakeld en wordt gestimuleerd dat een vreedzame versie
van de islam wordt uitgedragen. Berger meent dat er sprake is van een
verschuiving van de grens tussen kerk en staat; een verschuiving die
volgens hem in deze tijd past en in deze omstandigheden nodig is.

Marhaba en de Westermoskee

Het is in Amsterdam onmogelijk te spreken over de scheiding van kerk en
Staat zonder de debacles met Marhaba en de Westermoskee te noemen.
Judith Sargentini laat tijdens het debat weten dat het initiatieven
waren die met de beste emancipatoire bedoelingen waren opgezet, maar
waarbij het financieel of institutioneel haperde.

Met Marhaba had het Amsterdamse gemeentebestuur niet tot doel een
bepaalde richting in de islam te stimuleren. Wel had het een centrum
voor islamitische kunst en cultuur moeten worden. Volgens panellid
Abdou Menebhi (Emcemo) was Marhaba een initiatief dat op het
gemeentehuis was bedacht en waarvoor weinig steun bestond bij de
maatschappelijke organisaties. Bovendien was Haci Karacaer, één van de
gezichtsbepalende figuren afkomstig van Milli Görüs en niet bepaald
religieus neutraal.

Naar aanleiding van de discussie over Marhaba laat Ivar Manuel
(D66) weten dat hij vindt dat je als overheid best stiekem een liberale
variant van de islam zou mogen stimuleren. De andere debaters zijn het
niet met hem eens. Judith Sargentini: “Je mag best een voorkeur
hebben voor een liberale islam, maar als overheid moet je dat niet
actief willen stimuleren. Voorzover dat überhaupt mogelijk is.” Maurits Berger
noemt het een duidelijk voorbeeld van de schending van de scheiding
tussen kerk en staat wanneer een liberale variant zou worden
gestimuleerd. Voor je het weet creëer je dan volgens Berger een vorm
van staatsgodsdienst.

Volgens Mustafa Ayranci (voorzitter van de Turkse
arbeidersvereniging HTIB) heeft de gemeente Amsterdam steun gegeven aan
de politieke islam door een verkapte lening aan Milli Görüs te geven.
Hij vindt dat de politici daarvoor hun excuses maken. Maar de
vertegenwoordigers van de politieke partijen lieten weten daar weinig
voor te voelen. Frank de Wolf (PvdA) verklaarde: ik geloof niet
dat we de politieke islam hebben omarmd – nog afgezien van de vraag hoe
je het begrip ‘politieke islam’ definieert.

Islamitische en seculiere organisaties

Abdou Menebhi (voorzitter Emcemo) benadrukte dat het debat over
integratie de afgelopen jaren te veel is geïslamiseerd en dat alle
allochtonen ten onrechte moslims worden genoemd. Menebhi: “Je moet
mensen niet willen emanciperen vanuit hun religie. Een religie biedt
daarvoor te weinig aanknopingspunten. Ik ben zelf niet gelovig, maar ik
werk wel samen met moskeeën om sociale cohesie te bevorderen en
discriminatie en islamofobie tegen te gaan.

Volgens bestuurskundige Nora Azarkan is de hele discussie over
de scheiding van kerk en staat vooral actueel geworden sinds 11
september. Het gaat volgens haar vooral over de relatie tussen
overheden en moskeeën en dan in het bijzonder over het
veiligheidsbeleid. Mensen worden hierbij volgens Azarkan als groep
benaderd en niet als individu. Dat komt de emancipatie van individuen
volgens haar niet ten goede. Nora Azarkan en Abdou Menebhi benadrukten
beiden het belang van seculiere organisaties. Azarkan: “Wanneer je iets
aan emancipatie wilt doen, moet je bondgenootschappen sluiten met
seculiere zelforganisaties.

Een artikel van Ewoud Butter
(Allochtonenweblog/ACB Kenniscentrum) die samen met Lisa Arts werkt aan
een publicatie over initiatieven die door gemeenten,
moskeeorganisaties, onderwijs en welzijnswerk worden genomen om
radicalisering te voorkomen. Ook wordt aandacht besteed aan de rol van
de media en aan ervaringen in het buitenland. Dit artikel is ook verschenen op het Allochtonenweblog.

De Amsterdamse gemeenteraad debatteert op woensdag 29 oktober over de notitie Scheiding Kerk en Staat.

Meer lezen:

De Amsterdamse notitie kunt u hier downloaden.

Amsterdams College verwaarloost kernwaarden (Coos Huijsen)
In Amsterdam zijn kernwaarden juist in goede handen (Job Cohen)
Amsterdam schendt scheiding kerk-staat (Maurits Berger)
Amsterdamse gemeenteraad: geen steun religieuze groepen (Parool)
Benader scheiding kerk-staat pragmatisch (Lisa Arts, Ewoud Butter)
Overheidssteun aan religieuze groepen belemmert integratie (Marijke Linthorst, PvdA)
Het debat over integratie is teveel geïslamiseerd

2 gedachtes over “Scheiding van kerk en staat in Amsterdam (verslag debat)

  1. Dank je voor een helder verslag Ewout. Ik ben wel voor een pragmatische aanpak, voor mensen ‘in den vreemde’ is de kerk vaak het sociale knooppunt, waar mensen elkaar tegenkomen en leren kennen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s