Ethisch in de eighties / de linkse kerk bestaat niet

Kernwapens
Formeel was er in die tijd geen dresscode, maar je deed in sommige kringen als man leuk mee wanneer je tweedehands (zwarte) kleren droeg, een palestijnensjaal (correcter was te spreken over een kefiya) en natuurlijk kistjes aan je voeten. Andere mannen droegen juist een tuinbroek of een zelf genaaide broek met daarboven een trui, meestal model hobbezak, die een overmatige creatieve vriendin met breinaalden had gemaakt. Sommige mannen zaten overigens zelf op breiles.

Als we uit gingen, trokken we een zwart streepje onder onze ogen en togen we naar de krakersdisco Vrankrijk of naar wat commerciëler tenten als The Fizz, de Mazzo of het Okshoofd. Als je er al niet stoned binnenkwam, werd je dat vanzelf wel door de drugswalmen in die tenten. Punk en new wave bands waren leuk totdat het grote publiek ze ontdekt had; dan waren ze ‘commercieel’. Anderen hielden niet van punk; zij gingen liever naar Zorba the Buddha om te dansen of te worshippen of ze luisterden naar folkmuziek of wereldmuziek en bliezen zelf een etnisch deuntje op de didgeridoo.

Sommigen gingen na het stappen op zoek naar shoarma, frikandellen of kroketten, bij voorkeur bij een goedkope snackbar als Barberella. Anderen aten vol overtuiging hun macrobiotische of veganistische burger thuis.

In sommige linkse kringen werd het huwelijk gezien als een geïnstitutionaliseerde vorm van prostitutie. Daar was je biseksueel tot het tegendeel was bewezen en had je een vrije relatie totdat jij of je partner daar niet meer tegen kon. Enkele vrouwen gingen zover in hun feministische strijd, dat ze kozen voor een politiek lesbische identiteit. Ze neukten uit politieke overtuiging niet met mannen. Ik heb ooit het genoegen gehad in een politicologische werkgroep te vertoeven met vier politieke lesbiennes en ik kan nog badend in het zweet wakker worden als ik over die dames droom. Wat je ook zei als man, alles was verdacht.

TV
kijken mocht, maar dan toch het liefst naar de VPRO, het NOS-journaal
of eventueel de VARA. En dan wel even opletten dat je je niet liet
beïnvloeden door de kapitalistische manipulatieve sterreclame. Een
populair radioprogramma was In De Rode Haan van de VARA. Gelezen werden
De Waarheid en eventueel de Volkskrant (toen nog links) of eventueel
het rechtse NRC.

Het waren normen in de linkse beweging in de jaren 80, maar niet de
normen. Het merendeel van de linkse beweging werd namelijk gevormd door
PvdA-stemmers die het huwelijk niet als
institutionaliseerde prostitutie zagen, maar die trouwden als ze een
huis en een baan hadden. Zij liepen niet in een tweedehands tuinbroek,
maar in een C& A ‘tje, ze lazen niet allemaal de Bluf!, de Groene
Amsterdammer of Vrij Nederland en zij zochten ook geen spirituele
verdieping in het blad Onkruid; zij lazen eerder de Vara-gids, Nieuwe
Revu, de Panorama of andere bladen uit de leesportefeuille. Terwijl De
Telegraaf en de Tros ‘het grote kwaad’ vormden voor een deel van de
linkse intellectuele elite, waren er tegelijkertijd veel linkse
stemmers die de nieuwtjes van Henk van der Meyden lazen en de shows van
André van Duyn bekeken.

De linkse kerk bestaat niet

De linkse intellectuelen waren hopeloos verdeeld over de PvdA, de
partijen die nu SP en Groenlinks vormen en over tientallen marxistische
en leninistische splintergroepjes die vooral bezig waren elkaar te
bevechten. Links heeft in Nederland namelijk nooit één front kunnen vormen. De linkse kerk heeft nooit bestaan. Niet in de jaren ’80 en nu nog steeds niet. Er zijn op z’n hoogst honderden kleine linkse kerkgenootschapjes. De Linkse Kerk is een sprookje van rechts.

Waar komt dat sprookje van de linkse kerk vandaan? En waar liggen de bronnen van de rechtse rancune die welig
tiert in de kolommen van De Telegraaf, Elsevier, op websites als Geen
Stijl en bij een enkele columnist (Nausicaa Marbe) van de Volkskrant? Links krijgt hier en daar de schuld van alle maatschappelijke problemen. Zo geeft Marbe in de Volkskrant van 5 september links de schuld van “verpauperde wijken, criminaliteit, zwarte scholen, slechte opleidingen, werkloosheid, slecht betaalde arbeid, de woekergroei aan krappe rijtjeshuizen, de files, de wachtlijsten en zelfs de volgebouwde natuur.”

Het is een verwijt dat door links makkelijk te weerleggen is: rechts heeft in de Tweede Kamer altijd de meerderheid gehad en is daardoor volledig (mede)verantwoordelijk voor ieder maatschappelijk probleem dat Marbe noemt. Dat
gold ook, of misschien wel bij uitstek voor de nu verfoeide jaren 80. In de periode
vanaf het eerste kabinet Van Agt (1977) tot het derde kabinet Lubbers
(1989) is Nederland bijna non stop door CDA en VVD geregeerd. De PvdA
heeft in die periode welgeteld 260 dagen in een kabinet gezeten.
Politiek had rechts in die tijd dus de touwtjes volledig in handen. Zo heeft het later door rechts verfoeide minderhedenbeleid vorm gekregen onder rechtse kabinetten.

Juist omdat rechts altijd de macht heeft gehad, kon links lange tijd de belangrijkste spreekbuis zijn voor de proteststemmers. Dat gold zeker in de jaren ’80: er was in die tijd met
massa-werkloosheid en de dreiging van de Koude oorlog, voldoende
aanleiding om te protesteren. Je kon iedere dag wel deelnemen aan een
‘demo’ of een ‘aksie’.

De toon in het politieke debat was in die tijd fel en polariserend. Rechtse mensen werden al snel
uitgemaakt voor onderdrukkers of kapitalisten en linkse mensen werden
snel weggezet als communisten of marxisten. ‘Rechts’ zat hierbij in het defensief. ‘Rechts’ vertegenwoordigde
namelijk degenen die wat te verliezen hadden en die vooruitgang en
maatschappelijke veranderingen tegenhielden, ‘rechts’
vertegenwoordigde de (staats)macht en de achterkamertjespolitiek in Den
Haag. Rechts stond gelijk aan conservatisme: het CDA was conservatief en de VVD van Wiegel ook. En conservatisme was sinds de
jaren ’60 niet meer hip.
Links was progressief en claimde in de jaren
’70 en ’80 met succes de vruchten van maatschappelijke processen als de
ontkerkelijking, de seksuele revolutie en van de emancipatie van de
vrouw en de homo. Links was vernieuwend en agendeerde onderwerpen als het milieu, armoede, de ‘Derde wereld’, woningnood, de
ontwapening en het onverwerkte Nederlandse koloniale verleden.

Dat ‘rechts’ zo in het defensief zat, leidde bij diverse linkse
intellectuelen tot een misplaatst gevoel van morele
superioriteit. Dit werd versterkt door de handicap van rechts dat er lange tijd weinig spraakmakende rechtse intellectuelen waren. Pas na de val van de
Berlijnse Muur en de opkomst van assertieve rechtse leiders als
Bolkestein en de voormalige communist Fortuyn, kwam rechts langzaam uit het
defensief.

Vooral na de paarse kabinetten verloor links haar dominante positie in het verwoorden van de maatschappelijke onvrede. Sindsdien heeft links concurrentie van Fortuyn en later Wilders en Verdonk. Dat drietal profileerde en profileert zich niet alleen ten opzichte van de regeringspartijen, maar juist ook ten opzichte van links. De linkse kerk krijgt niet alleen de schuld van maatschappelijke misstanden, maar wordt ook verweten dat ze zich moreel superieur heeft opgesteld en, het lijkt paradoxaal, de linkse kerk wordt ook beschuldigd van het waardenrelativisme, waardoor de bevolking nu moreel dakloos zou zijn. Links is, in de woorden van Verdonk, verantwoordelijk voor de ‘weg-met-ons-mentaliteit’.

Links heeft jarenlang alleen politieke en maatschappelijke oppositie mogen voeren en een dominante positie gehad in het benoemen wat er (nog) niet goed was aan Nederland. Nu zit links in het defensief. En voorzover de verwijten van rechts hout snijden, zal links die moeten incasseren. Tegelijkertijd mag links zich ook wel wat assertiever opstellen. Veel van de maatschappelijke veranderingen en emancipatiebewegingen
die nu ook door rechts worden omarmd, zijn immers ooit door links geïnitieerd.
Bijna altijd via democratische weg en middels geweldloze acties. Van de
vele acties die in de jaren ’80 zijn opgezet, is het overgrote
merendeel keurig volgens de regels verlopen. De politieke betrokkenheid
van de bevolking is zelden zo groot geweest als in de jaren ’80, de
afstand tussen burger en politiek zelden zo klein.

Hier en daar wordt ‘links’ of ‘de linkse kerk’ gelijkgesteld aan sommige gewelddadige exponenten van de kraakbeweging. Daarmee wordt niet alleen links tekort gedaan, maar ook de kraakbeweging. Er zijn grote groepen in de kraakbeweging (geweest) die zich voorbeeldig hebben opgesteld. Zij knapten hun huis en buurt op, stelden
langdurige leegstand aan de kaak, gaven sociaal en juridisch advies aan
omwonenden en boden onderdak aan ontheemden en aan culturele
initiatieven. In die zin is het misschien wel illustratief dat zelfs in
deze tijd nog steeds 62% van de Amsterdammers kraken als een effectief
middel tegen leegstand en woningnood ziet (Parool, 30 augustus). De
kraakbeweging heeft bij een meerderheid van de Amsterdammers blijkbaar
nog steeds krediet.

‘De’ linkse kerk bestaat niet, ‘de’ kraakbeweging ook niet, net zo min trouwens als ‘de’ rechtse kerk bestaat. Godzijdank.

Deze blog is gelijktijdig verschenen op het allochtonenweblog. De vrouwelijke hoofdpersoon in mijn roman Isa is actief in de Amsterdamse kraakscene.

Een gedachte over “Ethisch in de eighties / de linkse kerk bestaat niet

  1. Ik ben altijd eigenwijs geweest, en ging in die tijd express met mijn punk/ska vrienden stappen in glimmende discobroeken 😉
    Ik dacht eigenlijk dat het een deel van de Nederlandse normen was dat je géén handen hoefde te geven als je dat niet wilde of als dat in jouw land niet gebruikelijk was.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s